Merde!!!!

Tam Coc en Hue

Er zijn twee manieren om van Tam Coc naar Hue te gaan, bus of trein. Een privé auto kan ook maar dat is een fors geprijsde optie. Ervaring met reizen met de trein in Vietnam hebben we niet, laat staan met de nachttrein. Onze ervaring met de slaaptrein in Thailand is prima. Meerdere keren gedaan, je stapt ‘s avonds op de trein en de volgende ochtend kom je uitgerust op de plaats van bestemming aan. De treinen zijn schoon, hebben comfortabele bedden en rijden keurig op tijd. Geef wat meer geld uit voor een eerste klas, je bespaart sowieso op een hotelovernachting en met z’n tweeën heb je een privé coupe. Hoe romantisch is het om ritmisch op de cadans van de trein, al zoevend met een snelheid van 80 kilometer per uur, door het nachtelijke Thaise landschap voor het slapen gaan nog even de liefde te bedrijven voor een goede nachtrust? Tot zover Thailand.


Nu dus Vietnam en na een eerdere ervaring in India in een nachttrein met een derde klas coupe kan Vietnam toch alleen maar meevallen? Uiteraard weet Google ons te vertellen dat er een derde klas is (houten banken, geen bed), een tweede klas (6 bedden met matras) en eerste klas (4 bedden en zacht matras). Het wordt op deze korte termijn van vertrek de tweede klasse. Eerste klasse is vol. Vanuit ons resort, Tam Coc Melody Homestay (aanrader) laten we ons vervoeren naar het treinstation van Ninh Binh, de trein vertrekt 18:00 uur. Twee Françaises, moeder en dochter, nemen ook deze trein en we bieden de dames aan met onze taxi mee te rijden. De Françaises hebben wel de First Class Sleeper kunnen boeken. Meer over hun ervaringen in First Class volgt later in dit verslag.


We nemen onze intrek in de coupe voor zes personen. Twee Vietnamese dames onderweg naar Ho Chi Minh City (Saigon) zijn al in Hanoi ingestapt. Wij gaan 12 uur doen over de reis Ninh Binh naar Hue, zij het dubbele. Prettige wedstrijd dames! Onderweg stappen een man en een vrouw plus kind in en gaan direct slapen. De bedjes hebben een matras maar ik heb wel shaggies gedraaid met vloeitjes die dikker waren. Roken overigens, is toegestaan maar alleen bij de toiletten daar waar een asbak hangt en in de restauratiewagen. De toiletten zijn kakkerlakvrij, dit vanwege de schaamte van de kakkerlak om hier aangetroffen te worden. WiFi is er niet. De meeste langeafstand touringcars hebben dat wel.


In de coupe zelf is het ondanks het lawaai dat de trein maakt rustig. Een paar uurtjes slapen tot we bij Hue aankomen moet lukken. Om de tijd te doden gaan we naar de restauratiewagen waar kaartende, rokende en drinkende Vietnamezen zich vermaken als in een kroeg met fel TL-licht. We drinken een paar Saigon biertjes en eten een noedelsoepje uit een plastic beker en na dit avondje gezellig stappen duiken we in onze kooien in de coupe. Na een paar uurtjes bereiken we het station van Hue, Ga Hue afgeleid van het Franse Gare.

Buiten verdringen de taxichauffeurs zich om hun diensten aan te bieden en wenken de horeca-eigenaren om vooral bij hen te ontbijten. Het is kwart over zes in de ochtend.


We ontmoeten de eerder genoemde Françaises (moeder en dochter)en vragen naar hun ervaring met de eerste klas. Merde!! zegt de dochter. Zij hadden, net als wij de onderste kooien die iets minder slingeren als die erboven. Litteraly merde. Een Vietnamees gezin met twee kleine kinderen sliepen in de bovenste kooien. De dreumesen nog in de luierfase moesten regelmatig verschoond worden en waar anders heen met de luiers dan uit de kooi naar beneden gooien? Gelukkig hebben ze het Bio Hazard bombardement overleeft. We delen weer een taxi en in de auto zeg ik tegen de dames: ‘ I know the first thing that you’ll do once in your hotelroom is to take a hot shower with lots of soap’. De gedachte aan dit vooruitzicht zorgt voor een grote glimlach bij zowel moeder als dochter.


Hue is een prettige, drukke stad met een grote citadel als oude binnenstad waar beperkt verkeer is toegestaan. In de citadel staan tempels, paleizen en andere gebouwen van ruim 200 jaar oud. Ook zijn er de rijkelijk versierde kanonnen te zien. De grote kanonnen rusten op een affuit versierd met prachtig houtsnijwerk. Het regent en iedere scooterrijder draagt een poncho of andere soort regenkleding. Regen is een groot woord, het is een hele fijne vorm van nevel. De citadel is zeker de moeite waard om te bezoeken maar de stad zelf is inwisselbaar met andere grote steden zoals Saigon en Hanoi. Gelukkig is er maar weinig hoogbouw. Het uitgaansleven bevindt zich aan de drukke doorgangsweg Le Loi en haar zijstraten die parallel langs de brede Perfume River loopt. Er is een tweedeling in dit uitgaansgebied. De straten die zich richten op de westerse toerist en de straten waar de jonge vermogende Vietnamezen gaan stappen. We gaan vroeg slapen na de vermoeiende treinreis. Morgen maar eens verder met de Tour de Vietnam.

De fjorden van Vietnam

De fjorden van Vietnam: een reis door grotten en spelonken


Wat knapt een mens toch op van een stevige massage en een goede nachtrust! We nemen ons nieuwe onderkomen in ogenschouw. Drie generaties voornamelijk rode katertjes en poesjes buitelen vrolijk over elkaar heen. Het zwembad ziet er uitnodigend uit ook al is de temperatuur ‘s nachts en ‘s avonds echt < 10 graden. Het hotel wordt verder bevolkt door veel jonge backpackers die allemaal dezelfde route doen, van Saigon naar Hanoi of omgekeerd. Net als wij. Genoeg leuke mensen om ervaringen uit te wisselen en dat is fijn nu de mobiele telefoon de sociale functie van de Lonely Planet heeft overgenomen. Apps als Grab, Getyourguide, Polarsteps, Mapsme en Bookaway hebben van analoge backpackers digitale nomaden gemaakt. Vaak met een niet te beschrijven drang om de beste plaatjes voor social media te schieten. Enerzijds handig, anderzijds zie je op een enkeling na, iedereen met een mobiel in de hand lopen, fietsen, brommeren, ontbijten, dineren en meer. Het is even wennen. De Vietnamezen spelen er handig op in door op plekken van belang gevlochten harten en andere relikwieën te plaatsten zodat het kiekje nog interessanter wordt. En zij maken daar met hun Aziatische broeders ook dankbaar gebruik van.


Enfin, het verhaal. Nadat we gisteren zijn aangekomen in Tam Coc bij Melody Homestay gingen we lekker eten en ons laten verwennen met een welverdiende massage. Bij terugkomst bleek het hek gesloten en moesten we over de poort klimmen. Vandaag pakken we het anders aan. We huren fietsen voor 2 euro per persoon, installeren dan eindelijk Mapsme en gaan op zoek naar Trang An alwaar je met een bootje tussen de mighty mountains kunt varen. Dit stadje ligt zo een 15 km van Tam Coc en de app stuurt ons door kleine dorpjes en dwars doorhet platteland. We voelen ons hier echt op ons gemak. Waar de Vietnamees met een scooter tussen de benen wordt geboren, bevallen onze moeders van kinderen met een vouwfiets tussen de benen. Na een flink uur bereiken we de bestemming die we herkennen aan een drukte van touringcars, brommers, auto’s, toeristen en meer. We parkeren onze fietsen op een door de verkeersregelaar aangewezen locatie en betalen ieder 10.000 Dong. Lijkt de fietskelder van Amsterdam Beursplein wel.


Na een simpele lunch storten we ons in het gedruis om bij de bootjes te komen. We betalen 500.000 VND en kunnen nu toer 1,2 of 3 kiezen. Volgens onze Franse medepassagiers is route 1 de meeste waar voor ons geld. On y va! Bij de rivier liggen zeker 150-200 bootjes waar gemiddeld 6 mensen op kunnen. Iedereen is verplicht om een reddingsvest te dragen en dat ziet er ook hier weer heel grappig uit.Er wordt flink ruzie gemaakt in welke boot wij mogen en dan duwt onze kapitein met een resolute trap de boot van de steiger weg. Onze boot wordt door een tanige Vietnamese dame vlot voortbewogen middels twee roeispannen.


We volgen een route met onderweg 9 points of interest. We hebben het dan over riviergrotten waar je doorheen peddelt en pagodes waar we mogen rondkijken. Dit alles omlijst door een pittoresk landschap zo lazen we op het web. Onderweg zien we ook prachtige waterlelies, grappige eendjes en ijsvogeltjes. Inmiddels is het briesje een lekker windje geworden en die hebben we niet in de rug. Onze kapitein vraagt ons om ook mee te roeien.


Als we na bijna 3 uur peddelen terug zijn, is de zon ook aan haar golden hour begonnen. Omdat we geen licht op de fiets hebben wordt dat flink doortrappen. Onderweg scheren vleermuizen over ons hoofd tijdens zonsondergang. Mooi, heel mooi mits je geen vleermuizen fobie hebt zoals Siem. Hij draagt het kranig en in het donker komen we inmiddels verkleumd aan bij Melody homestay. Gelukkig is het hek nog open.


De volgende dag is een dag met een gaatje. We willen om 17.00 uur op het treinstation zijn alwaar we om 18.00 uur met de nachttrein naar Hue vertrekken. We stappen ‘s morgens opnieuw op de fiets om naar Hoa Lu, de eeuwenoude hoofdstad uit de 10e eeuw vol ruïnes tempels en forten te gaan. Daar aangekomen moeten we entree en parkeergeld betalen. Eigenlijk hebben we daar weinig zin in omdat we ook nog bijtijds het hele eind terug willen fietsen. Deze slaan we over en we fietsen op ons gemak weer terug. Bij onze homestay staan onze ingepakte tasjes te wachten. Op naar het volgende avontuur.


Linda

Hanoi Hilton


Nog steeds koud weer in Hanoi. Mooie gelegenheid om wat cultureels te bezoeken. Op het lijstje staan een bezoek aan Lenin Park en het museum van de Vietnamese Militaire Geschiedenis. Het Lenin Park is tegenover het museum en de Flag Tower gelegen. Het park is alle dagen vrij toegankelijk voor het publiek. Het museum, na betaling voor een toegangsbewijs, is dat ook. Echter vandaag niet, vrijdag tot en met maandag is het gesloten. Er staat een militair met geweer op wacht die de poort bewaakt en dat is alles wat we van de militaire geschiedenis van Vietnam zullen zien vandaag.


Dan maar de brede avenue oversteken om kameraadVladimir Iljitsj Leninstandbeeld te bezoeken. Ook hij ligt net als Ome Ho opgebaard en gebalsemd onsterfelijk te zijn maar dan een stukje verderop in Moskou. De grondlegger van het leninisme kijkt uit op een pleintje met twee geïmproviseerde doeltjes waar jongens behendig de bal laten rondgaan. Zij weten niet beter dan dat dit een groot en barmhartig staatsman was met hart voor het volk. De in zijn opdracht uitgevoerde standrechtelijke executies worden vast niet behandeld in het onderwijs.


Veel tijd brengen we hier niet door. Ons alternatief is een bezoek aan de beruchte Hoa Lo gevangenis. Een gevangenis gebouwd rond 1900 door de Franse koloniale bezettingsmacht waar zij die onafhankelijk en vrijheid voor het Vietnamese volk propageerden werden vastgezet, gemarteld en geëxecuteerd. Gevangenen leefden hier onder onmenselijke omstandigheden. Overbevolking, ziektes, mentale en fysieke mishandeling en beroerde hygiënische omstandigheden eisten hun tol onder de gevangen bestaande uit mannen, vrouwen en kinderen. Het museum biedt een kijkje in hun leven, sterk aangedikt voor propagandadoeleinden.


Nadat de Fransen in 1954vertrokken, werd Maison Central zoals op de toegangspoort staat in gebruik genomen door de Noord Vietnamezen. Tijdens de Vietnamoorlog werden hier neergeschoten Amerikaanse piloten die krijgsgevangen genomen waren ondergebracht. Deze POW’s werden niet volgens de conventie van Genève behandeld. De omstandigheden van de Amerikanen verschillen niet veel van de eerdere bewoners waardoor de gevangenis door de Amerikaanse krijgsgevangen de cynische bijnaam Hanoi Hilton kreeg. Het museum wil de indruk wekken dat de Amerikanen uiterst humaan, zelfs met privileges werden behandeld. Maar ook zij werden net als de eerdere bewoners, de Vietnamezen onder Frans bewind, behandeld als vuil. Uiteraard vonden aan de andere zijde ook zaken plaats die onmenselijk te noemen zijn Het museum is de moeite waard om te bezoeken maar wordt door de Vietnamese overheid ingezet als propagandamiddel.


Na onze portie communisticatie wordt het tijd voor wat vertier. Op tien minuten lopen van ons hotel bevindt zich Train Street. Het noord zuid treinspoor gaat dwars door de oude stad van Hanoi. Het spoor wordt aan weerszijden geflankeerd door woonhuizen. De ruimte tussen spoor en huizen is grofweg een meter. Als je hier woont komt de trein op regelmatige tijden dwars door je slaapkamer heen. Er is een strook van plusminus honderd meter waar de bewoners van een nood een deugd hebben gemaakt. Train Street, waar de eigenaars van barretjes/restaurantjes/souvenirwinkeltjes of een combinatie van die drie langs het smalspoor hun gedoogde nering bedrijven. De eigenaars van deze negoties hebben op grote borden aangegeven wanneer de trein, extra luid toeterend, Train Street bereikt en waarschuwen net als de machinist de bezoekers. Met een snelheid van plusminus twintig kilometer dendert de trein Train Street in. Het biertje en de snack beginnen te schudden op je tafeltje. De lome cadans van de rails veroorzaakt een misvatting in de snelheid van de trein. Angstig om haar klanten te verliezen gebaart onze gastvrouw om vooral zo ver mogelijk verwijderd te blijven van dit aanstormend geweld van vele tonnen. Na dat de trein van 21:10 uur ons gepasseerd heeft en verder na het zuiden rolt bestellen we nog maar een Hanoi Beer.



Rock the Cat Ba

Precies op tijd worden we opgehaald door de VIP bus om naar Halong Bay te gaan. Een plaats die behalve toeristisch ook historisch gezien veel te bieden heeft. Wij kiezen voor het grootste eiland Cat Ba in Lan Ha Bay dat ook bewoond is en nog niet zoveel toeristen aantrekt. We hebben voor 60 euro pp een package deal geboekt: twee dagen, een nacht.


Bij aankomst blijkt de overnachting niet op de boot te zijn maar in het Cocoon Inn, helaas. Het hotel is eigenlijk een hostel, gezellig druk, veel jonge mensen maar ook ‘alles zullen we samen delen’. Dus wij zijn blij met onze prive kamer. Ook al is deze sober en vond menigeen voor ons het nodig om zijn voetafdruk op de muur naast het bed achter te laten. De gedachte ‘het is maar voor een nachtje’ is altijd geruststellend. De bedden zijn zacht, de douche heet en dat maakt veel goed.


We luieren er lekker op los, bewonderen de zonsondergang achter de iconische bergen die na diverse vulkaanuitbarstingen uit de zee zijn verrezen. We spelen een potje pool met wat andere lui uit Dublin. Morgen gaan we de tour doen door het rustige deel genaamd Lan Ha Bay.


We varen met de JBL boombox op volle sterkte rond 10.00 uur uit. Dat belooft wat. De omgeving is mooi, her en der een klein vissersdorpje. En er wordt ook nog echt gevist. Het aantal boten met toeristen om ons heen valt ook reuze mee dus genoeg om van te genieten. De boombox is intussen stil gevallen. De eerste stop is om met de kano naar de caves te varen. Siem wil niet. Gelukkig wordt ik ‘gevraagd’ door een Canadese jongeman en we vormen een goed team. We manoeuvreren ons door de smalle doorgangen om steeds weer in een andere lagune uit te komen. Idyllisch en tegelijkertijd, een beetje been there, done that, na 40 minuten.


We maken een tussenstop om te zwemmen. Het water is heel koud, maar niet zo koud als tijdens mijn nieuwjaarsduik. Simon springt als eerste van het bovendek onder applaus en bewonderende oh’ssss en ah’sssss. Ik spring ook maar dan een verdieping lager. Heel koud. De rest van de tour drinken we bier en vertellen sterke verhalen. Het landschap is mooi maar ook een beetje saai na een halve dag.


Natuurlijk hadden wij ook graag dat nachtje aan boord willen slapen om de magie van Halong Bay te absorberen. Ware het niet dat de temperatuur en onze beschaafde handbagagekoffer niet over de juiste inhoud beschikt om zo’n ervaring comfortabel te maken. Gelukkig is ons motto: er moet altijd iets zijn om voor terug te komen, of zoals Djadi zegt: kill your darlings. En onder dat mom en dezelfde reden zijn een bezoek aan Sapa en de Ha Giang loop in het hoge noorden ook gesneuveld. Verkeerde tijd van het jaar: regen en kou voert daar te boventoon.


Teruggekomen pakken we onze spullen en verhuizen naar Pamela Angel. 5 euro goedkoper en echt een enorme kamer met 2 enorme bedden. Wat een luxe. We hebben een pyama avond zoals wij dat noemen. Bedhangen in makkelijke kleding en bijschrijven. Een beetje thuis op reis.


Linda

Op visite bij Ome Ho


Het is koud in Hanoi. Een temperatuur tussen de 11 en de 15 graden nodigt niet echt uit voor terraszitten, dus in beweging blijven en indoor activiteiten zijn zeer aan te raden. President Ho Chi Minh, de geliefde leider van Noord-Vietnam, overleden in 1969, ligt opgebaard in een mausoleum. Duizenden Vietnamezen gaan dagelijks op bezoek bij Ome Ho zoals hij liefkozend door het Vietnamese volk wordt genoemd. Het is een gigantisch complex met het voormalige presidentiële paleis, een tempel en uiteraard het mausoleum waar Ome Ho gebalsemd en gekoeld ligt opgebaard. 


Bij binnenkomst van het complex worden de bezoekers door militairen en burgerpersoneel in ordentelijke rijen opgesteld zodat  de toegang als een militaire operatie verloopt. Samen met duizenden anderen lopen wij volgens een bepaalde route. Afwijken van de route is in principe onmogelijk, overal staan militairen opgesteld langs deze gedwongen loop. Het is zeer strak georganiseerd en na een kwartiertje voort schuifelen bereiken we de laatste rustplaats van Ome Ho. Het gebouw zelf is in verhouding tot het complete complex bescheiden. Overal op het complex lopen in wit gala uniform gestoken militairen. Zoals bij elke erewacht gebruikelijk is, zijn dat mannen die qua postuur zorgvuldig zijn geselecteerd. Geen schriele mannetjes maar voor Vietnamese begrippen flinke breedgeschouderde kerels. Zoals het een erewacht betaamt zijn ze identiek qua uiterlijk. Militair Ngyuen heeft dezelfde maat kostuum als kameraad Tan. Het aflossen van de wacht gaat met veel ceremonie gepaard door militairen met geschouderd geweer waarop een bajonet is bevestigd. 


Bij binnenkomst van het mausoleum komen we in de ruimte waar Ome Ho zijn eeuwigdurende middagdutje doet. We passeren in een U-vormige loop vanaf zijn rechterschouder, langs zijn voeten en vervolgen onze weg langs zijn linkerschouder om de ruimte te verlaten. De voormalige leider van de Democratische Volksrepubliek Vietnam ligt er mooi bij gekleed in zijn dagelijkse herkenbare outfit. In elke hoek een militair als erewacht, als saluut, voor ordehandhaving en om fotograferen te voorkomen. De ruimte is spaarzaam verlicht, hij wordt in zijn hemelbed van bovenaf licht beschenen waardoor Ome Ho een fluoriserende uitstraling krijgt. Het bekende Ho in the dark effect. 


Net zoals elke leider in een tijden van oorlog die beslissingen moet nemen voor het bereiken van het ultieme doel, de eindoverwinning kleeft er bloed aan zijn handen. Uiteraard geldt dit ook voor zijn ambtsgenoten uit Zuid-Vietnam en de Verenigde Staten. Maar hier wordt de Ome Ho nog steeds als El Salvador, Messias, etc. vereerd. Deze persoonsverheerlijking is niet ten deel gevallen aan Lyndon B. Johnson en Richard Nixon. En Ome Ho’s wens was om niet opgebaard te worden. Zijn wens was een crematie om vervolgens zijn as in alle uithoeken van Vietnam te laten verstrooien. Zijn opvolgers besloten echter anders en schiepen een Cult of Personality die ook rond Lenin is gecreëerd. 


We gaan op zoek naar het museum van de Geschiedenis van het Vietnamese Leger maar omdat we lopend op zoek gaan besluiten we, na tevergeefs kilometers te hebben gelopen in de smog en de kou, om dit bezoek maar op een andere dag te doen.


Simon

Bankholiday in Hanoi

Bankholiday in Hanoi

We staan op met een heerlijk zonnetje dat door de ramen gluurt. In de ochtend wandelen we naar My Moon, een ander hotel in de buurt dat er beter uitziet dan waar we wakker werden. Op straat zien we opstootjes met mensen die allerlei flyers of iets dergelijks in de fik steken op een hopje kolen. Ik stik zowat van al het fijnstof en zeker nu mijn luchtwegen toch al wat overgevoelig zijn. Het zijn een soort wens kaarten / biljetten die de mensen elkaar geven of voor zichzelf kopen om zeker te zijn van een portie goed geluk in 2023. En daar moet dan de hens in zodat de rook bij de juiste goden terecht komt. Bij ons wordt er al geklaagd als er een haardblokje op de bbq gaat. Ik nodig onze steigereilandbewoner Ingrid uit om haar mantra ‘weg met alle houtkachels en barbeque’s’ hier te verkondigen. Succes!

De vriendelijke jongeman met de tricycle trapt ons naar Lake Hoan Kiem in Hanoi. Het is er een drukte van jewelste. Iedereen is op zijn mooist gekleed en wil op de foto, liefst op de rode brug. Regelmatig worden we gevraagd om samen met een familie op de foto te gaan of het plaatje voor ze te schieten. Misschien brengt het wel geluk want zo bijzonder voelde ik me misschien 25 jaar geleden toen het toerisme nog in de kinderschoenen stond en er weinig Europese toeristen kwamen.


Onder het toeziend oog van de bronzen afbeelding van Din Van Tangh vermaken kinderen zich in een walhalla van op afstand bedienbare elektrische voertuigen. Van roze hummers tot een complete Vietnam tank met bommen aan de zijkanten. Overal suikerspinnen, snoep, bellenblaas en ballonnen: het lijkt wel een grote kermis. En vooral een gezellige kermis voor jong en oud, arm en rijk.


Na enige tijd begint het toch wat te knellen in die mensenmassa. We gaan op zoek naar rustigere plekken. Eerst wat drinken in de Beer street. En daarna belanden we bij een hotpot restaurant. Ergens waan ik me een beetje in small land van ikea, we zitten op kleine krukjes en lage tafeltjes. Op een onderstel wordt een soort gelblok aangestoken en daarop staat een gietijzeren pan met zilverfolie bekleed. Op een dienblad ligt een berg rundvlees in reepjes dat is gemarineerd in een speciale saus. We krijgen er ook verschillende smaakmakers bij, rijstvellen om te rollen en een bak sla. Tevens een knijpfles olie (zoals de flessen waar de sausjes van de donerkebab in zitten en dat is echt heel handig) en een klein bakje met margarine. We kijken de kunst af bij onze buren en bakken er lustig op los.

Where the streets have no name

Phu Quoc International Airport, het is bij vertrek rond 21.25 uur drukker dan bij aankomst. Nu wel onze koffertje ingecheckt als ruimbagage en de powerbank met lithiumbatterij in de handbagage. Zie vertrek van Suvarnabuhmi Airport en de stress, rompslomp en extra munten die het kostte om de hindernis naar onze gate te nemen. We vliegen met Bamboo Airways, is dat safe? Bamboo is ongetwijfeld ecologisch verantwoord maar ik heb graag dat een toestel van aluminium is gemaakt. Jorit en Djadi vliegen een uur later via Saigon naar Frankfurt en dan door naar Mokum. Zij komen vlak voor dat wij moeten boarden door de security check en zo nemen we nogmaals afscheid. Arriverdici bambini! Bon voyage!


Bamboo Airways heeft gelukkig een spiksplinternieuwe A321 op deze vlucht ingezet. Het toestel ruikt zoals een nieuwe auto. Bij vertrek valt een licht buitje. Later zal blijken dat de bambini, vertrektijd een uur later, een zwaar buitje met de nodige turbulentie doorstaan hebben tot aan Saigon. Wij hebben daar geen last van.


Achter in het toestel zijn er zes vrije rijen stoelen dus mooi voor een dutje, het is inmiddels rond tien uur ‘s avonds, en is voor de happy two weggelegd. We worden wakker met een enorme druk op het trommelvlies. De landing is ingezet. We hebben allebei last van een flinke verkoudheid. Zoiets vergemakkelijkt het klaren niet echt.


Ook hier is de bagage afhandeling super vlot en ontmoeten we de man met bordje aan die ons komt ophalen en naar ons hotel vervoert. Het is dan 23.45 uur, na een half uurtje komen we in de buurt van ons hotel en dan nog ongeveer 50 meter lopen. De taxi kan het straatje/steegje niet in. Het buurtje doet grauw, vies en grijs aan. Niemand op straat, een enkele hond scharrelt nog wat rond maar zelfs de vuilnisbakken zijn leeg en verlaten. Ik citeer U2:’ where the streets have no name’

Tijd om te gaan

Gisteren bekeken we de tarieven voor de vluchten naar Hanoi en wat opvalt is dat alleen de 24e de vluchten nog goed betaalbaar zijn. Blijkbaar wil iedereen de 25e terug naar huis na Tet en dat merk je dan ook direct in de portemonnee. En daarnaast zijn de weergoden ons opeens gunstiger gestemd dan voorheen in het hoge noorden van Vietnam. Waar eerst vooral wolken en regen op het weerbericht stonden, zien we nu zowaar een flauw zonnetje. En vier nachten op zonnig en warm Phu Quoc is genoeg. Tijd om te gaan.


Na een dagje lekker brommeren naar de haven iser een onaangekondigd bezoek van een flinke kakkerlak. Simon weet de stakker onder een koffiekopje te vangen en dat pastmaar net. Misschien heeft dat ook nog bijgedragen aan ons rappe besluit om snel door te vliegen naar Hanoi.


De koffertjes staan om 09.00 uur keurig ingepakt klaar in de lobby. Vandaag gaan we op snorkeltour naar het Vingereiland en iets met vissen op zee. Prima vermaak op zo een dag dat je anders op de klok zit te staren of het al tijd is om naar het vliegveld te vertrekken. Pick-up voor ons uitje is 09.15 uur en we zijn er klaar voor. De tweede pick-up is bij het resort van Djadi en Jorit. Het lijkt wel een schoolreisje.


De haven is druk en het stinkt naar een mix van diesel, eten, benzine en meer. Boven ons vliegen de gondels voorbij over de langste gondelbaan ter wereld. Onze boot ziet eruit alsof zij betere tijden heeft gekend. Voor deze regio is het een bekend modelletje: verveloos, roestig met levensgevaarlijke trappetjes naar het upperdeck. Daar wil je wel graag zitten. Mocht ie kapseizen dan breng je het er misschien levend vanaf.


Onderweg gooien Siem en ik een soort vislijn uit met een stukje inktvis als aas. Het idee is dat je je eigen lunch bij elkaar vist. En ja! Dan heeft Simon beet. Onder bewonderende blikken van zowel man, vrou of X trekt hij trots de buit naar binnen. Mhhhhh, ik hebgelukkig vegetarisch besteld. Siem bevrijdt het kleine baasje heldhaftig van de haak en zegt: ‘Happy New Year’ terwijl hij het visje voorzichtig terug laat glijden in de Golf van Thailand.


We snorkelen, lunchen en mogen nog even op een overbevolkt Vingereiland een ijsje eten en dan is het al weer tijd voor de terugreis. Voor een slordige 20 euro per persoon zijn we lekker de hele dag onder de pannen.


We sluiten onze dag af met een drankje in de Skybar en wensen elkaar een goede terugreis en een goede doorreis. Such is live, zo mooi dat we met elkaar op 11.000 km van huis toch nog Oud en Nieuw hebben gevierd.


Linda