Dierenmanieren

De dag begint met een prachtige zon als we ons naar het ontbijtbuffet begeven. Een prettige afwisseling met de toch wel vochtige dagen daarvoor. We besluiten de dag door te brengen aan het zwembad met al zijn voordelen: poolside bar, comfortabele ligbedjes en wifi. De strategie om een goede plek te veroveren is hetzelfde als in alle resorts, je legt je handdoek en/of boek neer en claimt het bed zoals kolonisten Amerika ontfutselde aan de Indianen. Nauwelijks neergestreken verschijnen donkere wolken, een regenbui die niet lijkt stoppen daalt op ons neer. Na dit natuurgeweld breekt de lucht weer open en nemen we alsnog onze plaatsen in tot dat de tijd van fourage aanbreekt en de wilde beesten gevoerd dienen te worden. Net buiten het resort is een visrestaurant met een assortiment dat kreeft, vis en schaal-en schelpdieren voert. We zien daar wel mogelijkheden. Linda bestelt een Thaise soep en ik vraag wat de vangst van de dag is. Mijn keuze valt op zeebaars en deze verse jongen die gegrild op mijn bord komt is een gigant.

Naast het restaurant wonen een twintigtal apen en twee monitorlizards. De kok van het restaurant komt aanlopen met een pan mie en stort dit uit over een rotsblok. De apen stuiven er op af. De grootste en sterkste apen doen zich als eerste tegoed aan de mie. De kleinere proberen wat te grijpen maar worden weggejaagd. Tot de monitorlizard verschijnt dan maken ook de grote apen zich uit de voeten en wachten af tot dit prehistorische monster volgevreten de restanten overlaat aan de apen.

Ritmisch regenendresteert de resortdag.

Hoge vochtigheidsgraad

Meestal moet je je al vroeg melden om te duiken maar onze duik is half elf. De wekker gaat zeven uur af en het riante ontbijtbuffet staat al klaar. Koffie, uienbrood met kaas, sloten koffie en wifi laten ons aangenaam wakker worden. We melden ons bij de diveshop waar divemaster Tommy en Muhammed uit Kazakstan (nee, we maken geen grappen over Borat) onze duikgenoten zullen zijn. Zittend op de rand van de boot laten we ons achterover vallen. Een lichte stroming voert ons langs koraal, maanvissen, groupers en zeeschildpadden. Twee nieuwsgierige batfishes zwemmen de hele duik met ons op. Het wordt een mooie driftduik zo met z'n vieren. Een sharksucker ziet ons waarschijnlijk aan voor great whites. Linda's haar in een staart en mijn linkerkuit hebben zijn belangstelling. Sharksuckers zwemmen met haaien mee en ontdoen de haaien van parasieten. De knechten van de grote rovers leven van de zee leven zo in perfecte harmonie met elkaar.Deze vissen bijten niet maar je schrikt even als je een gratis scrubbehandeling van ze krijgt. Na vijfenveertig minuten heb ik nog honderdtwintig bar als we naar boven moeten. Boven de zeespiegel is inmiddels een giga regenbui losgebarsten zodat alleen het drukverschil het enige is wat de wereld onder water onderscheidt van de wereld boven water. De vochtigheidsgraad is gelijk. We nemen afscheid van onze vriend uit Almaty, Muhammed en spreken af om e-mailadressen en foto's uit te wisselen.

Duiken maakt hongerig en we wandelen naar het dorp. Dit betekent een fikse wandeling over de heuvels en een natte rug. De maaltijd met garnalen, kokossoep en fruitschalen compenseert de zware tocht meer dan voldoende. Ondanks dat er een shuttlebusje gaat tussen resort en dorp lopen we de opgedane calorieën op de terugtocht er weer van af. In de middag nog even aan het zwembad werken aan het kleurenschema en dan zit deze drukke dag er ook weer op.

Pulau Centerparcs

De ferry zet ons af bij de verkeerde pier. Niks busje van het Berjaya Resort dat ons zal oppikken. En niks om daar naar toe te gaan. Een vriendelijke mevrouw met een motor met zijspan van het Nazri resort biedt hulp. Onze koffers in de zijspan en wij een stukje lopen. We treffen het want de speedboot van de snorkelexcursie heeft net mensen afgezet op het strand. We stropen de broekspijpen op en na tien minuten varen bereiken we de haven van Tekek. We lopen een stukje naar een restaurantje waar we kopi (koffie) bestellen. De koffie staat net op tafel als het pendelbusje langs komt. Het busje beklimt twee heuvels met een stijgingspercentage van tien procent. Ik had niet graag met de koffer op wieltjes achter me aan slepend deze weg lopend en ongetwijfeld badend in het zweet, want vochtigheidsgraad 94%, afgelegd. Het Berjaya is mooi, alle moderne voorzieningen die het een mens aangenaam maken zijn voorhanden. Iets bovenbudgettair is het wel, we betalen zestig euri per nacht. Maar dan heb je wel wat en het zeer ruime ontbijtbuffet is inbegrepen.

http://berjayahotel.com/tioman/index.asp

Misschien wat te Centerparcs voor ons maar drie nachten is dan ook ruimschoots voldoende. Na het inchecken betreden we onze kamer. Snel onze bagage achterlatend regelen we onze duik voor de volgende dag. Black tip sharks en zeeschildpadden zijn ons beloofd. Nu eerst een verfrissende duik in één van de zwembaden alhier. I wonder what the poor people are doing.

Een hapje eten, nog even het nieuws over Gadaffi en Japan checken op BBC Worldnews in de kamer en dan heerlijk de schone lakens over ons heen. De airco staat op vierentwintig.

Johor Baru --> Mersing --> Pulau Tioman

Johor to Mersing en door naar Tioman

Met een fikse spijker in de kop schrikken we om 10.30 uur wakker. Oei, dit is slecht, heel slecht. Ik kijk naar het hoopje naast me in bed, verstrikt in dekens en lakens en ik denk 'Als dat maar goed komt. Gelukkig hebben koffie, ibuprufen en nog een uurtje slapen een gunstige uitwerking op de man en langzaam maar zeker komt er weer beweging in.

Vandaag staat Mersing op onze reiskalender. Mersing is de gateway to Pulau Tioman. Aangekomen op het busstation van Johor Baru blijkt de bus pas om 14.30 uur te vertrekken. Genoeg tijd dus voor een vette MD hap en een rondje door het station. Wat blijkt: een heuse marktplaats met alles erop en eraan. Goedkope neptroep uit China maar oh, wat een zalig gevoel om te kunnen kopen.

Twee paar Nikes en een boel Iphone 4 hoesjes verder stappen we met onze nieuwe aankopen onder de arm geklemd in de bus. In Mersing boeken we direct de boot en een hotel op Tioman. Such luxury: het Berjaya Tioman Beach Resort wordt de hut voor 3 nachten.

In de ochtend racen we naar de boot. Het regent met dikke druppels maar ja, dat zijn we inmiddels wel gewend. Op de boot is geen stoel onbezet. We zitten vol, bomvol. Siem en ik willen op het achterdek zitten maar helaas, dat is verboden. Gefrustreerd stort ik op een stoel neer en te laat zie ik de familie naast mij met maar liefst DRIE kindertjes op één zitplaats. Dat kan nog leuk worden op deze anderhalf uur durende rit over woeste wateren.

Ingeklemd tussen een stevige heer en de armleuning begint het al goed. Mijn buurman heeft als kind zijn neus- en keelamandelen niet laten knippen. Dat kun je ook goed horen als hij royaal gebruik makend van de ruimte in slaap valt. Soms heeft hij er ook nog een stuiptrekking bij alsof je opeens in een gat valt. Maar ik hou me kranig. De boot beukt door de Maleisische wateren op weg naar het taxfree eiland Tioman. Alles is er goedkoop vooral de drank. Ik moet er even niet aandenken als de zure geur van braaksel mijn neus bereikt. Daar gaat het buurmeisje voor de 3e keer over haar nek. Terug gaan we vliegen.

Yo whore! Bar you!

Johor Baru Maleisië is ons volgende reisdoel. Met een oude ferry van Chinese makelij vertrekken we 12:30 vanaf Tanjung Pinang (Pulau Bintan) naar de overkant. In de passagiersruimte heerst een ijzige kilte die veroorzaakt wordt door een arctisch afgestelde aircon. Een trui aantrekken of bovendeks gaan zitten biedt uikomst. Halverwege de reis komt de stuurman aan dek en hijst de Maleisische vlag ten teken dat we in Maleisische wateren varen. Singapore Straits is druk vaarwater, drukker dan het Kanaal. Veel tankers, olieplatforms en coasters. Het is alsof we op schoolreis zijn, opgewonden kijken we onze oogjes uit. Misschien duiken we bij aankomst onder de stoelen zodat onze ouders denken dat we niet in de bus zitten. Als we dan uiteindelijk in Johor aankomen en de Immigration voorbij zijn blijkt dat we in een duty free zone zijn beland maar wel één met gigantische afmetingen. Op het complex bevinden zich meerdere bars, restaurants, en een megahotel. Maleisië is een moslimland en heeft derhalve niks met hoeren en snoeren maar hier kan en mag alles. Een Sodom en Gommora op een oppervlakte van ongeveer 300x500 meter. Home is where the heart is. Per taxi richting hotel waar we ons verfrissen en omkleden voor de avond. Eerste doel JB City Square Mall, de afmetingen van de winkelcentra worden naarmate de reis vordert immenser. Maar een behoorlijke borrel is hier niet te krijgen. En een fatsoenlijke hap al helemaal niet tenzij KFC of McD o.i.d. deel uitmaakt van je dagelijkse voeding.

Een taxi biedt uitkomst en tien minuten later zitten we in één van de bars in de duty free zone. De mall echter stelt in vergelijking met JB City Square geen ruk voor. Shoppen bij de Wibra is leuker en de kwaliteit is beter.

Het wordt tijd voor een hap. In de lounge van het Zon Regency Hotel speelt een bandje bestaande uit drie geminirokte chinese dametjes die Top 40 hits ten tonele brengen. Het publiek bestaat uit hoeren en chinees clientèle en een enkele verdwaalde westerling.

Om Lin's teleurstelling te compenseren gaan we weer terug naar de bar. Naast ons zit een sympathieke, iets oudere Maleisische Hindu heer, hij lijkt enigszins op Mahatma Gandhi wat versterkt wordt door het wiebelen met zijn hoofd als hij praat. Hij biedt ons wat te drinken aan want men is altijd vertederd door de aanwezigheid van blank vlees in deze contreien. Hier zijn wij de exoten. Hij is autoverkoper en verkoopt geen Tata's maar Mercedes. Al snel ontmoeten we zijn vrienden, bier vloeit rijkelijk. Het middernachtelijk uur nadert voortvarend en overschrijd de datumgrens. Eén der heren biedt ons een lift aan naar het hotel maar eerst nog langs zijn vriend James die in goed gezelschap van een fles goede Schotse in een chinees restaurant van zijn souper geniet samen met zijn neef, een stoïcijns voor zich uitkijkend heerschap. James doet in arbeidsbemiddeling en neef verdient de kost bij de Special Branch van de Malaysian Police. Dit weerhoudt James en neef er niet van de glazen rijkelijk te vullen en vervolgens als een balletje over de uitgestorven straten van Johor naar huis te rijden. Het is half vier als wij onze kamer betreden.

Pulau Bintan

We besluiten ons verblijf met twee nachten te verlengen. Via Agoda.com zien we dat het twintig euri scheelt als we online boeken. Gewapend met laptop spreekt Lin de manager in het beachresort aan. Mokum maffia afpersingspraktijken vangen aan. De vriendelijke Mary Rose moet wel een telefoontje plegen met de afdeling marketing om ons dezelfde korting aan te kunnen bieden. Na wat heen-en weer bellen wordt voor het gereduceerd tarief nog 2 dagen bijgeboekt. Dat komt goed uit want die middag is het prima weer en storten we ons op een ligbed neer en totale luiheid afgewisseld met activiteit in de vorm van ringwerpen en het lezen van de op Schiphol aangeschafte boeken vormen de hoofdmoot van de dagbesteding.

De wekker maar eens vroeg gezet. Morgenstond heeft goud in de mond en nasmaak van alcohol. Maar een prachtige zonsopgang over de baai in de Javazee is niet te missen. Zes uur rinkelt de Aaifoon en met een kopje koffie zien we de nog net niet roodkoperen ploert de Javazee flauwtjes verlichten. Na deze first rays of the new rising Sun (bedankt Jimi H.) is de ontbijtzaal onze volgende activiteit. Een uitgebreid buffet wacht ons. Gado gado, sotosoep, nasi, bami, diverse Indische gerechten, westers eten, fruit koffie, thee, fruitsappen e.d. versterken ons. Net even anders dan Huize Halleylaan op een doordeweekse dag met snelle cruesli en koffie voor werk en school start. Gelukkig zijn we daarna getuige van een ander tropisch fenomeen. Een tropische regenbui spoelt de terrassen schoon en in tegenstelling tot het flinke buitje voor het stof blijft het gewoon regenen. Evenwel niet getreurd. De shuttlebus brengt ons naar het resort waar je gebruik kunt maken van de daar aanwezige Wifi om zodoende contact te houden met het thuisfront.

Zo rond een uurtje of vier klaart het weer op en kunnen we onze bleke lichamen laten verwarmen door de zon die hier vrijwel boven de evenaar staat. Het beachresort restaurant biedt een zeer uitgebreide kaart met lekkernijen. Satay udang, black pepper beef en rijst met een smakelijk biertje vullen het buikje.

Onder aanvoering van Lin (ook bekend als de lieve beul) starten we elke dag met buikspieroefeningen zodat we de schade, ook opgedaan tijdens de Hollandse winter, enigszins beperkt houden.

Van Batam naar Bintan

De volgende ochtend staan we zoals gebruikelijk vroeg op om onze reis dieper in Indonesië te vervolgen. Bintan is het buureiland van Batam met mooie stranden. We nemen de taxi van Nagoya naar de ferry. Deze zal ons binnen een halfuurtje met de snelle boot naar Tanjung Pinang, de hoofdstad van Bintan brengen. De ferry is klein, een kleine smalle boot van ongeveer twaalf meter lengte maar wel met 4x 200 Japanse Yamaha pk's er achter. Voor vertrek komen er nog wat venters aan boord met achtereenvolgens: nasi goreng, donuts en de lokale krant.

Lang duurt de overtocht niet want binnen een halfuur leggen we aan in de haven van Tanjung Pinang.

Zoals altijd worden we opgewacht door allerlei lieden die graag wat aan het westerse blanke vlees willen verdienen. Die van ons heet Harry en spreekt enkele woorden Nederlands en goed Engels. Geleerd van zijn vader uit de tijd toen Wilhelmina nog staatshoofd was en Indonesië een gouverneur had.

Harry wil graag een resort aanbevelen middels een folder die hij onder onze aandacht wil brengen. Het is niet wat wij willen. Dankzij Linda's huiswerk en enige voorstudie op Batam is onze keus op het Bintan Agro Cabana Resort gevallen. Harry is aardig en verdient onze klandizie. Alvorens we arriveren in het resort laat Harry ons in Tanjung Pinang nog het Kerkhoff Belanda, de R.K. kerk en nog wat restanten uit de de koloniale tijd zien. Bij het lokale Chinese restaurant haalt Lin onderweg nog een Californische rode wijn. Een uurtje later en 200000 rupiah verder bereiken we het resort.

Onze keuze valt op deLuxury Suite met balkon en openluchtbadkamer voorzien van ligbad en uitzicht over de Javazee waar Karel Doorman de legendarische woorden:' Ik val aan, volg mij ' zou hebben gesproken alvorens een goede schout bij nacht betaamt na Japans kanonvuur met zijn schip ten onder is gegaan.

Het kost een beetje maar dan heb je ook wat: een kamer van negen bij vier voorzien van alle comfortverhogende attributen met megabed uitziend over zee zover het oog reikt. Voor het slapen gaan krijg ik een fietsvlaggetje - zoals kleine schoolgaande kinderen op hun bagagedrager hebben - op mijn rug gebonden zodat Lin me nog kan terug vinden op de eindeloze witte steppe die bed heet.

Mega Mall Madness

De ferry vertrekt met enige vertraging van Singapore naar Pulau Batam, een Indonesisch eiland tegenover Singapore in de Singapore Strait. We varen langs mega gastankers, bulkcarriers, containerschepen en een stukje Hollands Glorie. Op afstand zie ik de Taklift 1 en de Taklift 4 van bergingsbedrijf Smit Tak. Op een ponton liggen twee delen van een doormidden gezaagd schip. Duidelijk te zien is het achterschip met het roer en de schroef. Stukje jeugdsentiment want tijdens de Oosterscheldewerken heb ik daar nog op mogen werken.

De passage bij de Indonesische immigratiedienst gaat langzaam. Eerst een visum kopen die dertig dagen geldig is. Daarna in de rij staan wat vrij langt duurt aangezien het maar een stuk of vijftien personen betreft die dit visum nodig hebben. We hebben overigens mazzel want het is net schoolvakantie in Singapore en complete families willen met hun sterke Singapore dollar zich in Indonesie miljonair voelen. De verhouding Singapore dollar t.o.v. Indonesische rupiah is 1:6000. Wij zijn dus miljardairs in Indonesie. En toch zo gewoon gebleven.

De taxi vervoert ons uiteindelijk van de pier naar ons hotel in Nagoya. Een smoezelig plaatsje op Pulau Batam waar het Triniti Hotel met schone bedden, lakens, airco en douche op ons wacht. Ondanks dat we wat hebben kunnen slapen in het vliegtuig. gaan we na het stof van de reis van ons lijf te hebben gespoeld toch maar even een klein uiltje knappen. Na twee uur heerlijk gestrekt op een schoon en comfortabel bed te hebben vertoefd gaan we de omgeving verkennen. We belanden bij een mega winkelcentrum Nagoya Hill.Nagoya Hill klinkt als een heuvel waar destijds zware slag werd geleverd tussen US marines en Vietcong. Het vier verdiepingen en een foodcourt tellende gebouw is prima omons innerlijk te versterken met nasi goreng en bier. Opgeladen door deze brandstof kunnen we hyper winkelcomplex wel aan. Er is veel maar vooral veel troep. Rond borreltijd strijken we neer om in cafe restaurant La Cruise de voeten te laten rusten. Met onze enige aankoop van die dag, een doos Pringles (sour cream) lopen we terug naar Triniti. Even een uurtje met gesloten ogen naar het plafond staren.

Wemaken gebruik van de spa van het hotel wat bij het woekertarief van EUR 17 per nacht inclusief ontbijt inbegrepen is. Buiten zweten is ook gratis alleen hier heb je er nog een jacuzzi bij. We krijgen allebei een soort van korte broek uitgereikt en Lin ook nog eens wit katoenen shirt want te bloot is hier not done. Als Lin onder de douche vandaan komt begint de Miss Wet T-shirtverkiezing. Een bikini had uitkomst kunnen bieden. Maar zo hebben de andere gasten ook hun verzetje. Na het uitzweten van de kwalijke lichaamssappen gaan we deze in cafe restaurant La Cruise weer bijvullen tijdens het verorberen van beef met zwarte peper , gebakken waterplant en rijst. Gelukkig stromen de zweetdruppels langs ons hoofd, want pedis tuan, zodat we volledig in ons recht staan wanneer we om dehydratie te voorkomen de benodigde Tiger biertjes nuttigen. Half tien besluiten we terug te gaan naar het hotel. Het was immers een lange dag/nacht. Door de omvang van het winkelcentrum weten we niet meer waar we vandaan gekomen zijn. De lokale bevolking mag wat aan ons verdienen, een taxi biedt uitkomst. Nog een biertje in bed op de kamer en even de tv aan voor het nieuws over de Japanse tsunami. We oriënteren ons middels de laptop voor onze volgende etappe. De wekker staat op zeven uur.

Overigens bedanken we onze trouwe lezertjes!
Jack, bedankt voor je alijd meeslepende verslaggeving.