Tour du lac

Inle Lake per fiets,door Linda


Op het programma van vandaag staat een fietstocht om Inle Lake. We staan vroeg op en na het ontbijt werpen wij ons eerst op de grond om de buikspieren aan te spannen. Dan hup naar buiten, fiets huren voor 1500 Kyats per persoon. De eigenaar informeert geïnteresseerd waar we naar toe gaan. “Yangon” roept Simon gniffelend en de hele tent ligt dubbel van het lachen. Gevoel voor humor heeft dit volkje wel.


Om half 10 pikken we onze Poolse vrienden, (www.crazyparentsworldtour.wordpress.org)op en na kop of munt met de fietssleutel vertrekken we richting de Red Mountain Vineyards. Omdat wij er al eerder zijn geweest fietsen we verder over de stoffige landweg met een schitterend uitzicht op de bergen. Onderweg passeren we bij een prachtig oud klooster. Nu eens geen goud wat er blinkt. Na anderhalf uur lassen we een drinkpauze in en we vernemen van de plaatselijke uitbater dat we 10 minuten verderop met de fietsen op de boot naar de overkant van het meer kunnen. Strak plan!


Op de boot is het heerlijk koel en op het meer is het een drukte van jewelste. We banen ons een weg door de beplanting en zo nu en dan houdt de boot even in zodat de schroef alle waterplanten kan verwerken. Met fiets en al worden we op een dirttrack afgezet en we banen ons een weg omhoog. Gelukkig: iets om te eten en te drinken. Inmiddels is het ook het heetst van de dag en dat betekent dat de thermometer zo maar oploopt tot ruim 38 graden.


Na een smakelijke hap nasi/bami en de daarbij behorende soep trappen we rustig verder langs de rivier. Het is warm en na het eten denk ik meestal aan heel andere dingen dan een vermoeiende fietstocht over stoffige paden. Halverwege verandert de dirtroad in off the road. Hobbelend en wegglijdend over het smalle pad van zand en stenen manoeuvreren we ons behendig langs tractoren, brommers, wegwerkers, fietsen en eetstalletjes. Maar goed dat Amsterdammers op een fiets geboren worden. We komen bij de brug aan de haven uit en rijden zo het dorpje weer in.


De stoffige en hobbelige weg heeft de kelen dorstig gemaakt. We strijken neer bij café Nyau Nyau voor een Myanmar bier uit de tap. Als we het café verlaten en op de fietsen stappen hoor ik achter mij een oorverdovend geknetter dat gepaard gaat met angstaanjagende witte lichtflitsen en kleine explosies. Ik zie mensen wegschieten en denking zoeken. Een aanslag??? Als ik goed kijk zie ik een gebroken elektriciteitskabel die vervaarlijk heen en weer slingert over het midden van de weg. Waarschijnlijk zit de plaatselijke Nuon momenteel even zonder stroom. Blij dat wij er niet onder fietsen want dan zou mijn coupe er nu heel anders uitzien en ik heb al krullen.


In hotel Remember Inn boeken we bustickets voor Bagan. Ons motto luidt: de eerste drie dagen zijn vaak de mooiste. De bus vertrekt morgen om 07.00 uur voor een rit van 8 uur dwars door de bergen. Na een lekkere Birmese curry met allemaal kleine schoteltjes sojabonen, gefrituurde visje, pepertjes en geschilde groentes sluiten we deze laatste dag langs het Inle Lake relaxt af.


De kapper


Omdat mijn laatste bezoek aan Antonio, mijn half Braziliaanse half Kaapverdische kapper met afrokapsel op IJburg dateert van februari besluit ik om een bezoek aan de plaatselijke kapper af te leggen. Zijn vriend zit gitaar te spelen terwijl er een klant in de stoel zit. Ik vraag of ik even mag en speel en zing Sorrow van David Bowie terwijl Lin de background vocals voor haar rekening neemt. Dan is het tijd voor mij om plaats te nemen in de stoel die dateert uit de tijd dat er hier nog Britse soldaten werden gekortwiekt. Lekker fris en kort wordt het en de kapper roept “George Clooney”! Dat klopt maar dan wel George zonder bakkenbaarden. Die zag ik even niet aankomen maar in dit klimaat groeit alles twee keer zo snel. Onze Birmese gitarist, die eerst nog enigszins schuchter deed over zijn gitaarspel brengt nu stevige Birmese rocksongs ten gehore. Ik pak de gitaar nog even vast en speel een Hendrix nummertje.

Weerzien en meerzien

Fietsen langs het Inle lake
Gisteren hebben we een rustdag ingelast om onze pijnlijke spieren in voeten en benen te laten herstellen. Een tandloze opa en dito oma masseren vol toewijding onze getergde ledematen. We gebruiken bij hun de lunch: rijstcrackers met tomatensalade, door oma zelf gemaakt. In de avond ontmoeten we onze Poolse vrienden. Onder het genot van een biertje praten zij ons bij over het verloopt van de trekking. Volgens Yanek hebben we niets gemist. Na het eten van een tamarinde ijsje is Iwona doodziek geworden. Zo ziek dat ze de volgende ochtend na een uurtje lopen moest opgeven. Dat waar wij bang voor waren is bij haar gebeurd. Twee uur wachten op transport in de middel of no where terwijl ze de longen uit haar lijf kotst. Ook de omgeving is niet meer zo mooi en het laatste stuk trekking valt zelfs de overgebleven heren zwaar. Toch fijn om te weten!


Om 07.15 uur ontmoeten we Janek en Iwona bij de jetty van Nyaugh Swhe om een traditioneel vaartuig te huren met kapitein, tevens gids. We willen een halve dag rond het Inle Lake varen en hebben gehoord dat vooral in de ochtend het meer betoverend mooi is. Bovendien ontwijk je op dit tijdstip de 50 andere kapiteins die met hun gevulde vaartuigen over het meer scheren. Letterlijk scheren want deze ranke scheepjes bereiken in korte tijd een zeer hoge snelheid. Ze passeren elkaar rakelings door de smalle kanalen die naar het meer leiden.


Op de boot staan vijf stoelen achter elkaar opgesteld. Ik heb pech, ik stap als eerste in en daardoor zit ik recht voor de schipper en ook recht voor de motor. Fluitende vogeltjes, het geruis van het riet en de voorbijschietende tegenliggers: ik hoor helemaal niets behalve het gekreun van de motor die ons met zeker 40 á 50 km per uur door de waterwegen voortstuwt. Ook fotograferen als je achterin de rij zit is niet heel handig want je bent steeds net te laat.


Wanneer we het meer zijn overgestoken, stoppen wij bij een locale markt die duidelijk al is ingesteld op het opkomend toerisme. De marktkooplui komen van heinden en ver om hun vaak zelfgemaakte spullen onder de aandacht van het zojuist gearriveerde witte vlees te brengen. Houtsnijwerk, lakdoosjes, sieraden, munten, van alles van bamboe en riet, geweven sjaals en wat nog meer. Simon en ik zijn vooral geïnteresseerd in de mensen die hier hun wekelijkse boodschappen doen of hun zelfgemaakte spullen of diensten aanbieden.


Een half uurtje later stappen we weer in de boot. Ik heb geleerd; ik blijf rustig wachten tot iedereen is ingestapt en dan weten jullie wie er nu voorop zit. Heerlijk en met de vaarwind kun je best een jasje gebruiken. We schieten het meer weer op alwaar mijn alziend oog een van de beroemde voetpeddelaars ontdekt. Ik gebaar naar de schipper dat hij er naar toe moet varen. Het ziet er ingewikkeld uit: met één voet de peddel voortbewegen terwijl je op de ander voet staat. En dan ook nog het vissersnet uitgooien en weer ophalen. Plotseling zijn er nog zeker zes boten vol Aziatische toeristen om ons heen. Ook zij willen de bijzondere visserman vastleggen met hun op super soakers lijkende gigantische canons en nikons. Langzaam bekruipt mij het gevoel dat deze meneer misschien wel eens een heel lucratief baantje heeft gevonden om de mensen van de duurdere resorts (waar met name Koreanen logeren) de foto van hun leven te bezorgen. Mhhhhhh………….scam?


Vervolgens racen we een dorp op palen in waar we in sneltreinvaart bij een edelsmederij met bijbehorende winkel worden gedumpt. Ik loop nog wel een rondje maar mijn medepassagiers zijn in het geheel niet geïnteresseerd. In een boot zie ik een dame van de longneckstam met de beroemde zilveren ringen om haar nek. Tegelijkertijd valt mijn oog op een bord waar je deze dames kunt bewonderen. Belachelijk eigenlijk als je weet dat zowel de Thai als de Birmezen deze vrouwen uitbuiten en verhandelen om geld mee te verdienen in de toeristenbranche. Jonge meisjes worden bij hun ouders weggehaald om als een soort toeristenattractie de dienen. Nee, dat hoeft voor mij niet. Ik zoek het wel op internet op.


De volgende stop is een weverij. Hier wordt van lotusstengels, katoen en zijde van alles gemaakt. Met natuurlijke kleurstoffen worden deze weefsels in de meest prachtige tinten gekleurd. Ik moet eerlijk bekennen, het gevoel om rond te lopen in Marken of Volendam bekruipt mij opnieuw, alleen deze keer is het echt bijzonder om te zien hoe lang de dames bezig zijn voordat ze zo een prachtige sjaal voor het luttele bedrag van 80 dollar aan toeristen verkopen. Van lotusstengel tot klant en klaar product duurt circa 2 maanden waarbij door verschillende experts ingewikkelde handelingen worden uitgevoerd.


Onze kapitein wil ons ook graag nog even naar een restaurant van zijn oom/vader/broer/neef brengen maar daar steken we en stokje voor. Op verzoek varen opnieuw met zeer hoge snelheid naar de drijvende tuinen. Dat is een soort agrarisch wondertje dat de Birmezen die op het water wonen hebben ontwikkeld. Deze drijvende eilandjes worden gemaakt van waterplanten die in het Inle Lake groeien. Die worden gedroogd en geperst en zo drijven ze in het meer in mooi nette geordende banen zoals wij in Nederland ook onze akkers beplanten. Met bamboestokken worden de drijvende tuintjes vast gestoken zodat ze niet weg kunnen drijven. Vervolgens wordt er aarde of turf op gestort en schieten tomatenplanten, pompoenen en bonen hun wortels in de zeer vruchtbare ondergrond die gevoed wordt door het water van het meer. Slim toch!


Eenmaal weer aangekomen in de thuishaven spreken we af met Iwona en Janek om een hapje en drankje samen te doen. Morgen gaan we met elkaar fietsen langs Inle Lake en dan vertrekken zij naar Bagan. Onze nieuwe vriendin Marie uit Bremen gaat met ons mee. Morgen vertrekt zij naar Bagan met de nachtbus. Gezien de route zal dat een slapeloze toer worden.

Trekking day 2: De Wegtrekker

Trekking day 2: De Wegtrekker

Contactlenzen in doen, het is onder normale omstandigheden al een behendigheid op zich. Gezien de lokale situatie wordt het een olympisch onderdeel. Als de lenzen dan uiteindelijk zijn binnen gevouwen is deze eerste hindernis van de dag genomen. We hebben nu eenmaal geen volledig productie team zoals Chris en Floortje die er zorg voor dragen dat een helft van je designer shirt over je designer riem valt met een natuurlijke nonchalance. Hyperstyled door G-Star en andere designers. Bovendien heb ik een natuurlijke coupe soleil.

Vandaag dag twee, die we beginnen met avocado salade en gebakken rijst. Ons ontbijt en brandstof voor de komende vier uur beginnend om half acht voor dat de Lange Birmese Mars zijn tol gaat eisen. De eerste kilometers zijn prachtig. Ze voeren ons langs rijstvelden, bergdorpen en afgelegen klooster waar monniken in meditatie zijn. In de kloosters is de mogelijkheid om even d.m.v. de waterput jezelf op te frissen en in de schaduw te zitten met een rokertje. Tijdens het lopen heb ik totaal geen behoefte noch de puf om dat te doen. Bovendien heb je op sommige plekken alle ledematen nodig om jezelf staande te houden.

Lin gaat steeds moeilijker lopen. Ze raakt achterop in deze mars. Haar zwarte Nike Airmax maat 39 heeft ze precies passend gekocht. Dat is leuk en staat goed als je een vergadering hebt op kantoor maar onder deze omstandigheden, het is vandaag ook weer rond 38 graden over zwaar terrein, geen pretje. Met name bij afdalingen drukken haar tenen als bij een geisha in haar schoenen. Ik probeer haar moed in te spreken en als ze vraagt hoe ver het nog is naar de lunch, jok ik en zeg dat het hooguit een klein halfuurtje is. Ik bied aan om haar rugzak te dragen maar ze antwoordt dat het haar voeten zijn en niet haar rug. Ze heeft pijn en de tranen staan in haar ogen. Het is nu niet meer leuk.

Als we na 20 km eindelijk een stop maken om wat te eten en onze voeten ontdoen van, op volgorde, schoenen, sokken en binnengedrongen stof zie ik dat mijn blaar van gisteren weer is terug gekomen en er een nieuwe onder mijn voet is verschenen. Voor mijn arme meisje is het een heel ander verhaal. De blaren tussen haar tenen zijn zo groot als haar grote teen zelf. We verhitten weer de naald, een klein prikje en het blaarvocht spuit letterlijk tegen mijn zonnebril als ik haar voeten behandel. Stoppen voelt als opgeven maar dit is onverstandig. Nu zijn we nog op een plek waar je met een auto weg kan. Verderop komen geen auto's meer. De wilskracht bij Lin om door te gaan is er absoluut maar het verstand spreekt luider dan de emotie.

Finito, klaar, kappen. Er komt nog vijf uur trekking en dat gaat niet goed komen. We overleggen met onze gids en ze belt met haar organisatie. Een lokale bus nemen is geen optie want er is geen rechtstreekse verbinding met ons eindpunt Nyaugn Shwe waar onze koffers al staan in ons hotel, de Remember Inn. We vragen een taxi, dat is wel duur, zo'n 55 USD maar het is de enige optie. De taxi moet helemaal vanaf ons startpunt Kalaw komen en dan nog rond het meer naar Nyaung Shwe. Onze gids gaat niet eerder met de groep verder tot dat ze ons in de taxi ziet vertrekken. Het duurt een uur voordat de taxi er is. We trakteren de groep op een biertje om het wachten in de bloedhete zon te verzachten.

De taxirit duurt dan nog ruim anderhalf uur waarbij we constant door hitte en vermoeidheid weg dommelen. In de Remember Inn leveren we onze schoenen en andere zaken in om grondig te laten wassen en schrobben ons zorgvuldig schoon met warm water. We verzorgen de voeten met naald en pleister. Na ??n klein biertje staan we te tollen op onze benen en dat is niet van de alcohol. Om de hoek is er een restaurant dat pizza en pasta op de kaart heeft. Dat hebben we wel verdiend. Met ieder een groot bord pasta achter de kiezen doven de lichten in Villa Glazpol die avond om acht uur.

Trekking

Te voet van Kalaw naar Nyaung Shwe

Het is half zes als de wekker gaat om op te staan voor onze voettocht van ruim zestig kilometers door bergen, valleien en het hoogland rondom Inle Lake. We vertrekken met twee jonge Franse kerels, een opgewekt Pools stel dat iets ouder is dan wij, een gids en een kok voor wie het de eerste keer is dat hij aan zo'n trekking over paden, buiten de reguliere wegen om begint.

Ook voor ons is het de eerste keer dat we meegaan met een trekking. Buiten de kok om zijn alle overige deelnemers ervaren. De eerste dag gaan we twintig kilometer stijgend en dalend over smalle bergpassen en stoffige wegen bij een temperatuur van bijna veertig graden Celsius afleggen. Een kleine rugzak met het hoogst noodzakelijke gaat mee. Lin laat haar föhn, manicureset en droogkap achter en ik besluit om m'n Xbox met aangesloten breedbeeld LCD televisie eveneens in de koffer te laten. We hebben nog net geen machete nodig om ons een weg door de wildernis te banen.

We vertrekken vroeg want in de ochtend is het nog redelijk koel om een flinke hap in de af te leggen kilometers te maken. We vertrekken vanaf 1400 meter boven zeeniveau om zo rond lunchtijd - ongeveer 11.30 uur - te pauzeren en tevens de middagmaaltijd op 1740 meter te gebruiken. De wegen zijn stoffig, de paden in de jungle smal en deze slingeren zich voorzien van grote keien beurtelings omhoog en dan weer omlaag. We lopen door rijstvelden en langs in die rijstvelden badende buffels terwijl de zon steeds hoger klimt en de temperatuur stijgt. De omgeving is prachtig. Vijftig tinten groen.

Het is klimmen en klauteren, stofhappen, zweten en puffen maar het landschap en de voldoening van de inspanning maakt een heleboel goed. Mijn rugzak dobbert als een boot badend op mijn bezwete rug. Ik kijk naar mijn voormalige volledig zwarte Nikes en zwarte rensokken. Het rode stof van het pad is nu vervangen door een beige substantie bestaande uit zweet en stof Hetzelfde geldt voor mijn benen, t-shirt, gezicht, zonnebril en neusgaten. Als we dan eindelijk het hoogste punt van de berg bereiken hebben we een halfuur om te lunchen en een halfuur om te rusten en bij te trekken.

Het is ongeveer twaalf uur als Tjauw Schi, onze gids, een klein, goed Engels sprekend en opgewekt Birmees vrouwtje van vierentwintig, onze groep vriendelijk doch dringend verzoekt om de rugzakjes weer om te doen en verder te gaan. De temperatuur is inmiddels drastisch naar een hoogtepunt gestegen. Trekking is fun for everyone! Het pad slingert gestaag verder omhoog. Nog meer stof, prachtige vergezichten en bergtoppen. Langzaam begint de afdaling, we lopen door rijstvelden en kleine dorpjes. Langs kinderen die enthousiast zwaaien en "minglabar (goedendag) roepen en buffels die velden ploegen. Onderweg stoppen we voor vers water en drinken we groene thee zonder suiker waarvan ik nooit zo hebben gedacht dat ik dat ooit lekker zou vinden. Met de nieuwe voorraad water en dus weer een extra kilo op de rug lopen we verder. Inmiddels is er die dag onderweg alleen al zo'n vier liter water per persoon verbruikt. Maar geen water meenemen is absoluut geen optie.

We bereiken een spoorwegovergang en vervolgen de tocht over het spoor, d.w.z. wij zijn nu zelf het treintje dat over de rails voortbeweegt. De originele bielzen stammen nog uit de tijd van de Britse koloniale tijd en zijn her en der vervangen door nieuwe betonnen dwarsliggers. Waarschijnlijk zijn er te veel besteld want op verschillende plaatsen naast het spoor liggen enkele op een hoop. In het zicht van het treinstation nadert een trein, ons toeterend waarschuwend voor zijn naderende komst. We wachten tot deze gepasseerd is en bereiken dan het station. Daar gebruiken we een welkome rustpauze en kunnen we wat eten en drinken. Watermeloen, zoete gebakjes en groene thee om nog snel wat energie op te doen voordat we het laatste uur stijgend en dalend door rijstvelden afleggen.

Het is tegen vijven als we onze pleisterplaats bereiken. We hebben te voet een vijfentwintig kilometer afgelegd. We slapen vanavond in een klein dorpje zonder electriciteitsnet en zonder waterleiding. Het toilet is een bamboe hokje en staat tien meter achter het huis. In het lokale winkel bemachtigen we enkele grote flessen lauw Myanmar bier. En terwijl onze kok het eten bereid, onze gids de "bedden" opmaakt prikt Lin de voor de trekking opgedane blaar op mijn teen met een naald door. Ontsmetten doen we met de meegenomen antiseptische babydoekjes.

Bij de waterput spoelen we ons schoon met ijskoud water zolang het nog licht is. De temperatuur begint zodanig drastisch te zakken dat een meegenomen donzen jasje zowel luxe als noodzakelijk is. Het eten is smakelijk en zowaar romantisch bij het licht van twee kaarsen. Het is inmiddels half negen als we gaan slapen op de vloer op matjes in de grote bamboe hut. De meeste van ons vallen in een diepe slaap maar door de anderhalf liter bier moet ik met het zaklampje over iedereen heen stappend, krakende deuren openend en donkere trappen af over het erf naar het toilet. Maar gelukkig, bij de derde keer stoot ik niet met tenen en scheenbeen tegen harde objecten of glij ik langs het aflopende erf op m'n reet naar beneden. Ik wordt er nog goed in!

De hardhouten vloer doet zijn naam eer aan. Na elk uur weggedommeld te zijn, word ik als de onder mij liggende hardhouten plank wakker. Ik fantaseer over witte linnen lakens, malse biefstuk met bearnaisesaus en een badkamer met thermostaat kraan bediening. Als de hanen rond zonsopgang beginnen te kraaien heeft mijn lichaam wel gerust maar echt geslapen heb ik niet. "Schat ik heb je bad vast vol laten lopen" roep ik opgewekt tegen mijn vrouw. Lin heeft totaal niet geslapen maar voelt zich toch versterkt door de rust. Het is ijskoud als we ontbijten maar zodra de zon over de bergtoppen heen komt, begint de koperen ploert aan het verhitten van ons nog af te leggen pad.

De paden op, de lanen in......

Nyaung Shwe to Kalaw


Na een heerlijk ontbijt en een goede hete douche is het tijd om afscheid te nemen van onze Birmese vrienden. We betalen de symbolische 50 dollar en bedenken ons dat we daar wel vreselijk mee geboft hebben. Ik leg uit dat we met de bus naar Kalaw willen à resoin van 15000 Kyats per persoon. De eigenaresse vraagt of we niet een taxi willen voor 20000 Kyats. Nou die keuze is snel gemaakt!


De taxirit duurt ruim twee uur en dan komen we in een schattig stadje genaamd Kalaw aan. Wij willen perse naar de Eastern Paradise maar de taxichauffeur heeft een broer/oom/neef die een veeeeeel mooier onderkomen heeft. We laten ons niet vermurwen en checken voor 20 dollar per nacht in bij onze eerste keuze. Volgens mijn kopietjes van de Lonely Planet (LP) is het ontbijt fantastisch.


Vervolgens gaan we op zoek naar een travelagency. Een trekking maken lijkt ons een goede manier om in contact met de bergvolken te komen en bovendien is het een sportieve uitdaging bij een temperatuur van bijna 40 graden. Ook hier heeft onze chauffeur een goed adresje voor. Na een korte uitleg van zijn broer/oom/neef besluiten we dat we er weinig vertrouwen in hebben. We betalen de chauffeur en gaan naar onze eerste keuze Sam’s Family trekking ook geselecteerd uit de LP, de bijbel voor de zelfstandige avonturier.


Je kunt er een, twee of drie dagen onder leiding van een gids op uit. Omdat er voor de trekking van drie dagen voor gevorderden nog 2 plaatsen available zijn, besluiten we na flink beraad deze uitdaging aan te gaan. We zijn immers bootcampers dus dat moet wel lukken. Het gaat om een traject van ruim 60 km dwars over bergen en door valleien. De eerste dag 7 uur lopen, de tweede dag 6 uur en de derde dag 5 uur en daarna met de boot terug naar Inle Lake. Onze bagage wordt voor ons doorgestuurd en dit alles kost 56 dollar per persoon inclusief overnachtingen bij de families en drie maaltijden per dag. DEAL!


Opgewonden stappen we stevig het dorp door om van alles in te slaan. Een strooien hoed op de locale markt en busje cooling talkpoeder voor de voetjes voor mij. Een handdoekje en twee inheemse sigaren voor Simon. Een dame achter een trapnaaimachine die nog uit de 18e eeuw stamt verstevigt mijn rugzakje voor het luttele bedrag van 1000 Kyats. Bij de apotheek vragen we of ze iets hebben om lekker in slaap te vallen. De man staart ons bedenkelijk aan en rommelt wat in zijn laatje. Hij rukt er een zilveren strip met 12 tabletten uit en knikt vriendelijk naar Simon. This will do the job!


Als we later aan twee koude bier en twee borden gebakken rijst met groenten zitten bekijken we de bijsluiter van de pillen. For the use of a Psychiatrist or a Hospital or a Laboratory only. Olanzapine Tablets blijken vooral goed te werken als treatment voor schizofrenie. Oei, dat is niet helemaal wat we zochten dus hup, weg met dat stripje gevaarlijk spul. ‘De gezonde buitenlucht en lichaamsbeweging zullen waarschijnlijk voldoende zijn om op natuurlijke wijze in slaap te vallen.


Om half 8 worden we bij Sam’s trekking verwacht dus na een hapje in een Nepalees eettentje gaan we terug naar Treasure Paradise om onze rugzakjes in te pakken.


?


?


?

Lumbini Express Yangon naar Nyaung Shwe

Onze laatste dag in Yangon voordat we 11 uur reizen naar Inle Lake met de nachtbus verderop gaan. We besluiten de rivier per ferry over te steken om daar een kijkje te nemen om de tussenliggende tijd te overbruggen. De overtocht kost het dubbele als foreigner. We tikken 4000 Kyats af maar daarvoor hebben we wel een retourtje over de Irrawaddy rivier, die ongetwijfeld 2170 kilometers verderop ontspringt als helder beekje uit een berg maar in Yangon dan al zoveel slib en verontreiniging heeft meegevoerd dat deze een vettige mokkastroom uitkotst in de Andaman zee.

De overkant vormt een schril contrast met downtown Yangon. Een oase van rust en gemoedelijkheid, als je niet te dicht bij de ferrypier blijft. Het is direct platteland met bamboehutjes, beekjes met lotusbladeren, kleine pagodes waar het oorverdovend stil is, buffels en nauwelijks auto's. Mannen kauwen op een soort van nootmuskaat waar een opwekkende werking vanuit gaat. Hun gebit kleurt rood door dit spul en regelmatig verlaat een straal speeksel als een cranberry-fontein hun mond.

Op de ferry hebben we al een deal gesloten met een trishaw driver en we laten ons als negentiende-eeuwse kolonialen ieder op een eigen fietstaxi rondrijden. Iedereen groet ons en alle kinderen willen een high five geven. Regelmatig komt er een kar getrokken door ??n of twee buffels voorbij. Afgezien van een enkele satellietschotel waan je je minstens een eeuw terug in de tijd.

De trishaw chauffeur vertelt over de tsunami die 10 jaar geleden Zuid-Oost Azië trof. Zijn driejarige dochter en vader en moeder overleefde dit niet. Het water werd de Irrawaddy delta ingestuwd en iedereen die kon zwemmen probeerde terwijl de hutjes door het binnendringende water werden weggespoeld in bomen te klimmen. Ongeveer dertienduizend inwoners van de tweehonderdduizend die het eiland destijds bevolkten overleefden de ramp niet. Ondanks de hitte staat na zijn relaas het kippenvel op onze armen. We rijden verder over het groene eiland, terug in de tijd.

Neem voor dit uitstapje wel de tijd want wij wilden eigenlijk om vier in ons guesthouse terug zijn. Maar dat liep een beetje uit en kwart voor vijf bereiken we na de retouroversteek ons guesthouse.

Zes uur vertrekt de Lumbini Express. Het busstation is best wel een eind uit de stad verwijderd en aangezien het ook hier rond die tijd spitsuur is kan dat nog wel eens krap worden. Onze chauffeur spreekt drie woorden Engels maar manoeuvreert links en rechts inhalend door de avondspits als een Formule 1 coureur. Hij weet dat we haast hebben en als ik de term Formule 1 laat vallen lacht hij breeduit en schiet van rechts voorsorteren naar links en weer terug. Uiteindelijk bereiken we het busstation een halfuur voor vertrek.

Onze bus, een prachtige nieuwe en opgepoetste Scania staat klaar voor vertrek. De bus heeft business class formaat stoelen. Een rij van twee en een rij met enkele stoelen die ruimschoots naar achter kunnen. Over de stoelen hangen schattige rode Hello Kitty dekens voor de nacht. De purser gaat rond met blikjes fris, deelt doosjes met gebak en donuts uit en om deze suikeraanslag op het gebit weer te neutraliseren krijgen we ook een sachet met een tandenborstel en tandpasta.

De airco doet het goed in de bus. Zo goed dat het meegenomen jasje en trui noodzakelijk worden. Na drie uur rijden maakt de bus de eerste stop om te eten, wat sanitair onderhoud te plegen, de benen te strekken en opgedaan nicotinetekort bij te tanken. Na een halfuur denderen we weer verder. Ik probeer wat te slapen maar de airco die niet uitgeschakeld kan worden blaast op mijn hoofd en wel zodanig dat ik een t-shirt om mijn hoofd knoop om geen kou te lijden op m'n bolletje.

Na drie uur volgt de volgende stop en hetzelfde ritueel. Echt slapen doe ik niet maar af en toe wat weg dommelen lukt wel. Was het al koud in de bus, bij de volgende stop om vier uur 's nachts is het op 1600 meter hoogte fucking freezing als ik met korte broek en katoenen trui uitstap. Lin slaapt gelukkig door tijdens deze stop. Maar ik wil mijn donzen jack wat ik heb meegenomen. Dit zijn serieuze Hollandse nachten tijdens het najaar. Na de stop stappen we allemaal in de bus en val ik diep in slaap om na een uur door de purser gewekt te worden. We zijn er en moeten eruit. In Nyaung Shwe is het om vijf uur 's morgens verlaten, donker en ijskoud.

All aboard!

Om een goede indruk te krijgen van de omgeving van Yangon wordt de circular train aanbevolen. Deze vertrekt vanaf het treinstation van Yangon en gaat met een grote cirkel om Yangon heen. De route verbind een aantal voorsteden rondom wat tot voor kort de hoofdstad was van Myanmar tot dat de regering in 2005 de regeringszetel verplaatste naar Naypyidaw.
Veel spoorwegverbindingen kent Myanmar niet en de aangelegde verbindingen zijn destijds onder Brits koloniaal bestuur aangelegd. Het langste traject is dat tussen Yangon en Mandalay, een route die vijftien uur in beslag neemt.

Mijn nieuwe koffer is gisteren beschadigd op de bagageband op Yangon International Airport aangekomen en met deze koffer achter me aan slepend door de stad gaan we naar de koffermaker. Een aardige en baardige meneer die een piepklein atelier heeft volgestouwd met afgetrapte koffers. Voor 4500 Kyat (€3) kan ik m'n koffer rond vieren ophalen.

Voor dat ik mijn koffer kan ophalen gaan we een stukje sporen rondom Yangon. Het gehele traject neemt, als je niet onderweg uitstapt, drie uur in beslag. Het station van Yangon is zoals dat hoort lekker groezelig. Wasgoed ligt tussen de sporen in te drogen in de zon, de stationschefs lopen autoriteit uit te stralen in hun uniform onderwijl bevelen uitdelend aan hun ondergeschikten en kraampjes verkopen spullen variërend van etenswaren tot wasknijpers.

Een kaartje voor de Tour de Yangon met deze TGV kost de helft van een enkeltje GVB in Amsterdam. We doen stations aan waar markten zijn waar verse waar wordt verkocht, monniken in-en uitstappen en volledige families met hun zojuist gekochte groenten en andere waren. Het is een alledaagse tafereel waar je met foto-en videocamera even lekker naar binnen kan gluren. De hoogste snelheid die de trein haalt op dit traject schat ik op zo'n zestig kilometer in. Het is leuk om dit te doen op het heetst van de dag. De trein is redelijk koel met alle deuren en ramen geopend.

We hebben in de trein kennisgemaakt met Morgan, een Française. Met haar gaan we na de rondrit nog wat eten in het park van Yangon. Inmiddels is mijn koffer gerepareerd. We regelen kaarten voor de bus naar Inle Lake voor morgen en strijken neer bij het naast ons hotel gelegen Bar Bar Restaurant. Inderdaad meer bar dan restaurant, met WiFi van de overburen en goedkope lokale whisky. Het is hier goed verpozen tot dat rond twaalven het licht zowel bij ons als bij Bar Bar uitgaat.

Myanmar: Land of Gold

We vliegen met Air Asia van Bangkok naar Yangon, vertrektijd 11.35 uur vanaf Don Muang. Don Muang is de oude luchthaven van Bangkok, voordat het grotere en modernere Suvarnabuhmi in gebruik werd genomen. Vanaf Don Muang vliegen alle low cost airlines. Vannacht slecht geslapen dus deze ochtend enigszins katterig. Na het inchecken en afgeven van de bagage en passeren van de Thai Border Police gaan we iets te ontbijten scoren. Welk een toeval, ook hier een filiaal van Fuji. En met een California Roll als ontbijt in de leren zak slenteren we naar onze gate.

Er is rond dit tijdstip al een bar geopend en met een nieuw avontuur in het vooruitzicht hebben we wel een wodka verdiend. De vlucht is een halfuur vertraagd en het is verdomd koud. Gelukkig heb ik een jasje bij mij en om het slaapgebrek te compenseren leg ik het vermoeide lijf in donzen jasje languit over vier stoelen en kan zo even wat gemiste slaap bijtanken. Als we even later aan boord gaan blijkt de vlucht halfvol te zijn. Ook hier dus weer de kans om slaapgebrek bij te spijkeren verdeeld over een hele rij. Lang duurt de vlucht niet, na iets meer dan een uurtje staan we alweer aan de grond.

De paspoortcontrole gaat voorspoedig. Nu nog de benodigde valuta, de Kyat scoren. Ik wissel driehonderd euri want de lokale flappentap werkt niet geheel mee.
Uiteraard staan bij de aankomsthal de H.H. taxichauffeurs hun opwachting voor een vrachtje al te maken, echter zeer beleefd hun diensten aanbiedend. In andere landen wordt je bagage letterlijk uit je handen getrokken en zijn ze al onderweg naar hun taxi, als je niet tijdig en dwingend ingrijpt. Maar hier niet. Er is ook nog de mogelijkheid van een shuttle-busje. Het kost minder dan de helft van een privé taxi en brengt ons ook naar Cherry guesthouse downtown Yangon.

In Myanmar is het òf high end òf zoiets als Cherry. We hebben een kamer met balkon aan de straat, tv en een bed. Het kamerlicht, een grote spaarlamp aan het plafond moet op de gang bediend worden. Daar staat overigens een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde koelkast. En om nog meer gemeenschapszin te bevorderen is er op deze etage een gemeenschappelijke douche (met warm water) en toilet, kosten ex ontbijt 22,50 USD. Voor dat bedrag heb je in Thailand een suite voorzien van alle moderne gemakken.

Yangoon is een vieze drukke stad met niet of nauwelijks trottoirs en op die trottoirs ook nog stalletjes die van alles verkopen. Het verkeer is druk en je moet goed opletten. We zien een bar met terras, Bar Boon, die Dutch stroopwafels en bier verkoopt. Blikje bier à drie USD met WiFi. Wat een zeperd, lauw bier en niks WiFi.
Mis deze ballentent vooral!

's Avonds gaan we zeer smakelijk eten bij één van de vele stalletjes op veel te kleine stoeltjes met dito tafel. De uitbaatster verkoopt het niet maar regelt twee grote flessen Myanmar bier bij de zeer smakelijke hap bestaand uit gebakken vis en diverse bakjes met pittige groenten. We rekenen zeven USD af en steken over naar de tegenoverliggende straathoek waar een door moslims gerunde tent is. Na een enorme berg aardbeien met yoghurt is het tijd voor ons mandje.

Op ons balcon hangen drie aircon's hun hete lucht uit te blazen. Na een wasje hangen we aan kledinghangertjes onze natte kleren voor de ventilatoren op en binnen een uur is alles weer droog en een soort van fris.