De dodenrit van drs. P
Busuanga naar Cebu
Na de wrakduiken hebben we een rustdag. Althans wat duiken betreft, de dag erna vliegen we van Busuanga naar Cebu. Om caissonziekte te voorkomen kunnen we een dag voor een vlucht niet duiken. De opgehoopte stikstof in het lichaam zou kunnen leiden tot caissonziekte verwante symptomen en dito problemen. Het wordt een dag om het overigens typisch en lusteloze Filipijnse plaatsje een zeer kort bezoekje te brengen. Als je niet duikt is er behalve het huren van een boot naar Barracuda Lake geen ene anus te doen.
Op zo'n honderd meter van ons onderkomen is een karaokebar. We zijn 's middags uitgenodigd door de uitbaatster van deze horeca-gelegenheid. Ze is jarig vandaag en dat moet gevierd worden. Leuk voor vertier in de avonduurtjes.
Als we daar later in de avond naar toe gaan zit de bar gezellig vol met wannabee Whitney's, Sinatra's en Celine's die forever watching you my way crossing the Mersey, voorzien van alcoholische doping voor de stembanden, de begeleiding van de karaoke machine trachten te volgen. De een wat muzikaal verantwoorder dan de ander, allen zonder gêne of valse bescheidenheid. Ons immer aanpassend aan een nieuwe omgeving en gesterkt door inname van lokale spiritualiën krijgt ook de Nederlandse afvaardiging douze points. Het wordt tijd om ons tijdelijk onderkomen op te zoeken. We vallen in een diepe slaap,
De volgende ochtend maken we ons klaar voor vertrek van Palawan naar Cebu. Onze stembanden enigszins aangeslagen door ons succes tijdens het karaoke-zingen. Ons hoofd ietwat dichtgepleisterd door de lokale spiritualiën maar met behulp van koffie en een stevig ontbijt zijn we snel weer onder de levenden.
De luchthaven van Busuanga is niet meer dan een betonnen strip met een stationsgebouw. Daarnaast nog een houten gebouwtje dat de vorige storm niet wist te overleven en ineengestort naast het stationsgebouw vervallen staat te wezen. Koffers worden allemaal geopend voor het inchecken. Ik moet mijn aansteker inleveren die ik op zak heb. Potjandorie, daar gaat weer 20 peso's! Als we in een bak van twee bij twee meter kijken weten we waarom alle koffers geopend moeten worden. Schelpen zo groot als bijzettafeltjes zijn in beslag genomen. Voor sommige moet je toch wel een heel grote koffer hebben.
De wachtruimte zit vol. Er zijn die middag twee vertrekkende vluchten van Cebu Pacific Airlines. Onze vlucht naar Cebu vertrekt op tijd. Maar de vlucht naar Manila is zes uur uitgesteld vanwege het staatsbezoek van Obama en zijn meereizend circus. Voor de veiligheid van Airforce One is een no fly zone ingesteld. Blij dat wij niet naar Manila gaan.
Als ons toestel, een ATR 72-500 bovendekker turboprop, landt breken de dreigende grijze wolken open en vallen dikke druppels hard kletterend neer op het beton. Juist het tijdstip dat we mogen boarden. Gelukkig zijn er service umbrellas. Snel maak ik nog even een foto van Lin met haar schattige gele paraplu. Uitgerust met de door het grondpersoneel verstrekte paraplu's lopen we in snelle pas naar de uitgeklapte trap van het toestel. Geheel droog zijn we niet overgekomen. Maar we zitten aan boord en we vliegen op tijd. Tijdens het opstijgen maakt het een toestel ineens een woeste beweging als een vlieger die door de wind wordt gegrepen om daarna weer rustig verder te klimmen. Zo, er lagen toch zeker al geen mensen te slapen? Want bij Cebu Pacific zijn prijzen te winnen tijdens de vlucht. Een hyper intelligente quiz volgt. Zoals wie als eerste zijn boardingpass kan tonen. De gelukkige winnaars krijgen een Cebu Pacific blocnote uitgereikt. Weer vallen we niet in de prijzen. Misschien dat het lukt bij de volgende vlucht.
Wrakduiken in Coron Bay
Tijdens WO II lag in Coron Bay een flinke hoeveelheid bevoorradingschepen van de Japanse marine verscholen tussen de vele eilanden. Amerikaanse verkenningsvluchten signaleerden kleine eilandjes in de baai. Een aantal dagen erna bleken de eilandjes een andere positie te hebben. Er werd besloten om verkenningsvluchten van geringere hoogtes uit te voeren. Eilandjes veranderen niet van de een op de andere dag van positie. Het betrof de camouflage van de in de baai liggende oorlogsvloot. De vloot bestond uit diverse bevoorradingsschepen geëscorteerd door een aantal schepen voorzien van kanonnen.
Vanaf Amerikaanse vliegdekschepen werd een aanval uitgevoerd door Helldivers, de bijnaam van de Curtiss SB2C duikbommenwerper. Deze vliegtuigen wisten de Japanse bevoorrading 24 september 1944 fataal te treffen. Geen van de schepen wist de aanval te ontkomen. Gezien de relatief geringe diepte zijn deze wrakken en tevens oorlogsgraf van honderden Japanse zeelieden, overwoekerd door koraal, vandaag de dagduikend te bezoeken. Volgens een van de duikers overleefde geen enkele Japanse zeeman dit inferno. De baai lag gedurende twee weken gehuld in rook totdat het laatste schip afborrelde naar haar laatste rustplaats.
Zie ook http://www.ddivers.com/history/index.php
Onze eerste duikstek is de East Tangut Gun Boat, een schip dat rechtstandig naar de zeebodem is gezonken. We gaan via het vrachtluik naar binnen om na vier meter weer via de stuurhut naar buiten te komen. Spannend want wrakduiken vereist meer specialisme dan het brevet dat wij hebben. Het schip heeft scherpe randen en is begroeid met koraal. De gaten waar je door heen zwemt hebben weliswaar voldoende licht maar je moet goed je neutrale drijfvermogen behouden om nergens tegen aan te schrapen of vast te komen zitten. We dalen af via het vrachtluik in het ruim en zien op vijf meter afstand naar het achterschip toe het daglicht via de stuurhut binnen vallen. Het is de allereerste keer dat wij een wrak binnendringen. In het schip zwemmen voldoende vissen en gigantische schelpen die aan de wanden vastgehecht zitten. Eenmaal boven gaat het napraten over de duik niet over de vissen en het koraal maar over het penetreren van het wrak.
De kok heeft inmiddels de lunch voorbereid. Een smakelijke vis op de barbecue op het achterdek bereid, gepofte aubergine en uiteraard rijst vindt gretig aftrek.
Na de lunch volgt de duik op de Olympia Maru, een bevoorradingschip met een lengte van 140 meter. Het schip ligt op haar stuurboordzijde op 26 meter diepte. Via de ruime vrachtluiken is het mogelijk om ongeveer 110 meter in het schip af te leggen, bijna over de gehele lengte. Aan haar bakboordzijde, midscheeps is het gat te zien waar de dodelijke voltreffer insloeg.
We duiken met z'n vieren. De afdaling gaat via een touw naar het wrak. Linda is nog geen twee meter onder water of ze gaat weer naar boven. De aansluiting van de luchttoevoer op de fles lekt. De jongens op de boot vervangen de fles terwijl ze op de zwemtrap zit. Het verloopt als een pitstop tijdens een Grand Prix Formule 1 race. Na enkele minuten voegt ze zich weer bij ons groepje.
Als we de Olympia Maru bereiken is het zicht vijf meter. Het is er diep en het water is troebel maar als we om het schip heen zwemmen komt het besef van de grootte van het schip. Aan boord hebben we tijdens de briefing al de afspraak gemaakt dat we met zijn vieren het wrak ingaan maar alleen als iedereen zich zeker en goed genoeg voelt om er in te gaan. Als er iemand het teken geeft aan de divemaster dat het niet goed voelt dan vervolgen we de duik op een andere wijze.
Nadat we rond het schip en langs de verticaal omhoog staande dekken zijn gezwommen komen we bij ruim 1. De divemaster vraagt via handgebaar of iedereen er in wil. Marilene, een Spaanse jongedame en ik geven het teken dat alles ok is. Lin is nog een beetje opgewonden van haar wisseling van fles en geeft het teken dat ze er nog niet aan toe is.
We zwemmen rustig verder naar het achterschip. Opnieuw vraagt de divemaster of we er in willen. Dit keer durft Lin het wel aan en ze geeft hem een hand. We zwemmen het ruim in, een grote ruimte maar omdat het schip op zijn stuurboordzijde ligt dringt daar geen daglicht binnen. De meegebrachte zaklantaarns helpen tijdens de oriëntatie door het inwendige van het schip. Met de langbenige Spaanse Marilene als buddy aan mijn zijde verkennen we het schip terwijl Lin met de divemaster kort voor ons zwemmen. Iedereen let goed op elkaar tijdens de tocht door de ingewanden van het schip. Langzaam bewegen en goed op je neutrale drijfvermogen blijven letten is erg belangrijk. De vier ruimen en de machinekamer staan in open verbinding met elkaar. Halverwege wisselen we weer van buddy en vervolgen de duik. De nauwe doorgangen van de ene naar de andere ruimte vragen om speciale aandacht. Daar wordt het smal en moet je er een voor een doorheen. Eerst het gat verkennen met de zaklantaarn en dan er door heen zwemmen. Vervolgens wachten op je maatje en via handgebaar vragen of alles OK is. Bij het laatste ruim komen we er weer uit. Inmiddels is een andere groep duikers in het wrak. De opstijgende luchtbellen verraden hun positie binnen het schip. Onze duiktijd zit er bijna op.
Op 23,3 mtr diepte gaat bij mij in ieder geval de fles snel leeg. Op zeeniveau trouwens ook maar dan hebben we het over een andere fles. De wrakduik is een fantastische ervaring, weer iets om van de lijst te schrappen en een vrije positie om iets nieuw toe te voegen.
El Nido naar Coron
This one is for Joe.
Varen, varen over de baren. Wekkertje op half zes gezet want acht uur vertrekt de bancaboat naar Coron. Koffertjes ingepakt en bakje pleur in het hotel achter de rug, een motorella (tricycle) gecharterd voor de gang naar de pier waar de m/bca Bunso 3 vertrekt van El Nido naar Coron. De overtocht op deze houten outrigger zal naar verwachting acht uur duren. Een volledig dagprogramma, ETA 16.00 hrs Coron, staat ons te wachten. De keuze op deze volledige houten boot is of benedendekszitten naast de dieselmotor of zonder stahoogte bovendeks onder het tentzeil ter bescherming tehgen de zon. Onze keuze is bovendeks, want daar is meer frisse lucht en de mogelijkheid om languit te liggen met onze reddingsvesten als hoofdkussen.
Koningsdag in de Filipijnen met veel oranje reddingsvesten. Het is het enige onboard entertainment wat we aan boord van de m/bca Bunso 3 zullen hebben. Tenzij je op het voordek over de wijdse zee gaat zitten staren en af en toe een vliegende vis of een onbewoond eiland op twintig kilometer afstand wilt zien. Slapend op het houten dek als bed besteed je de lange zeemijlen nog het beste. Tussen twaalf en een uur wordt de "lunch" geserveerd. Een plastic bordje met daarover heen getrokken een plastic zakje waarop rijst, wat groente en een enkele garnaal ligt uitgestald en de inwendige mens moet versterken. We pakken het met beide handen aan en voldaan van de "lunch" vleien we ons wederom op het houten dek en leggen het het reddingsvest als hoofdkussen neer.
Ondanks de zeebries is het adembenemend warm op de Bunso 3. Na twee uur varen komt er opnieuw een hap, ditmaal met pancit in plaats van rijst. Ach, het breekt de eentonige reis enigszins en aangezien onze aankomsttijd ongewis is kan je geen maaltijd missen op deze boot met dertig opvarenden. Slechts een enkele jongedame, getroffen door zeeziekte, voert vanaf het bovendek de vissen.
Bovendeks zijn veel Philipinos en enkele westerse passagiers, benedendeks veel Japanse en/of Koreaanse passagiers. Als we nog een uur te gaan hebben komen ze naar boven, gewapend met de nieuwste Nikons met lenzen als de schoorstenen van de Hoogovens in IJmuiden. Een jongedame moet plaatsnemen op het smalle zijdek zodat ze met wapperende haren bevallig in de camera kan kijken. Nadat alle heren hun trekplaatje hebben geschoten wordt de set weer vrij gegeven. Als we gaan aanleggen in de haven van Coron komt de Nikon Brigade weer aan dek. Nu is de vriendelijke, tanige en tandeloze matroos het slachtoffer waar de Nikon Brigade als de leden van een executiepeloton hun lenzen op richten. Tot groot vermaak van alle opvarenden en de rest van de bemanning neemt de man, die als een eekhoorn over het dek beweegt, bevallige poses aan. In tien minuten is hij vaker beschoten door de lenzen van de Nikon Brigade dan Angelina Jolie tijdens de Oscar uitreiking.
Als we afmeren in Coron is het inmiddels half vijf. We laten ons via motorella vervoeren naar ons onderkomen, Busuanga Seadive Resort tevens diveshop,om morgen te kunnen duiken op de vele wrakken die hier hun laatste rustplaats hebben. Deze diveshop gaat er prat op dat ze een decompressiekamer hebben in voor duikongevallen, maar dat ze in de twintig jaar na aanschaf deze nog nooit hebben hoeven gebruiken. Nu eerst een borrel en een goede maaltijd, vroeg naar bed en morgen duiken op de wrakken.
Sea Dog, Twin Rocks en Shell Shocks
Acht uur staan we bij Sea Dog voor de deur om ons wederom te melden voor twee duiken. Aangenaam verrast door onze komst begroet Larry ons.
Onze eerste duik is bij Twin Rocks. Roggen met blauwe stippen cirkelen om ons heen, dalen dan af tot een gedeelte waar zandbodem is en bewegen met hun vleugels tot ze een laagje zand over zich heen hebben gedrapeerd. Er liggen er een stuk of tien zo ingegraven als het Afrikakorps van Rommel bij El Alamein. Hun lange pijlstaart en loerende ogen boven het zand verraden hun positie.
Tijdens de koffie, het wisselen van flessen en onderweg naar duikstek nummer twee varen we Small Lagoon in.
We varen tot diep in de kleine lagune waar normaliter geen boot met duikers komt. Ook de zwager van Larry, schipper op een van de outriggers kijkt verbaasd als hij onze boot met Larry ziet. "If you want to snorkel you have a half hour" zegt Larry. Snel onze duikpakken dichtritsen, vinnen aan en masker met snorkel mee. Het is een koddig gezicht onderwater al die trappelende benen van de snorkelaars.
Inderdaad, heel veel snorkelende mensen, voornamelijk van Aziatische afkomst, voorzien van oranje zwemvesten waar we behoedzaam tussendoor manoeuvreren. Abel heeft ons gewaarschuwd: "You will see the Titanic".
Net als gisteren is het een sprookje om te zien. Denk de mensen even weg en de band met de Bounty reclame start. Er is zelfs een grot die je kan inzwemmen en waar hoog boven je daglicht naar binnen valt. Groot is het niet en op een bepaald moment ben ik de enige in deze grot. De stralen van licht die binnenvallen geven het gevoel dat ik in een natuurlijke kathedraal ben. Ik ben alleen met het klotsen van het water tegen de wanden en de binnenvallende zonnestralen. Het is een spirituele, bijna religieuze ervaring. Als het mijn tijd is om het tijdelijke te verwisselen voor het eeuwige mag het van mij hier zijn.
Onze tweede duik is bij Helicopter Island. Sommige mensen zien in de vorm namelijk een helicopter. Hoezeer Lin en ik ook onze best doen om deze vorm te ontdekken, wij komen niet verder dan een grote en een kleine rots versmolten tot een geheel. Met heel veel fantasie haal je er een waterbuffel met snorkel uit.
Ook hier weer heel veel mooi koraal, cabbage coral, zo genoemd omdat de formaties lijken op witte kolen van drie meter doorsnee. Als we weer in de boot zitten komt Abel als laatste aan boord. Hij heeft een gigantische schelp meegenomen. De schelp, veertig centimeter groot, ligt in de boot. Een gouden regel, de erecode der duikers is dat je alles mag zien onderwater maar niks, niente, nada, noppes aanraakt, laat staan naar boven brengt. Anders had ik wel elke dag gigantische kreeften gegeten.
Als we terug zijn bij de duikschool vraagt Lin aan Abel wat hij met de schelp gaat doen. Het beest heeft de vorm van een hoorn en hij zegt dat het een soort trompet gaat worden. Lin wil dit gigantische geval fotograferen en vraagt mij het ding omhoog te houden. Op het moment dat ik de schelp omhoog houdt blijkt de bewoner van de schelp behoorlijk alive and kicking te zijn. Het beest braakt een soort slijm uit en trekt zich direct terug in zijn schelp maar zijn lichaam is nog duidelijk te zien. Alle lof voor Sea Dog Diving maar dit kan niet. Een dode schelp blijft op de zeebodem dus helemaal handen af van een levende!
Later vernemen we dat bij bepaalde niet nader genoemde Aziatische bevolkingsgroepen het geloof leeft dat de vermalen schelp potentie -en uithoudingsvermogen verhogende eigenschappen zou hebben zoals de neushoorn gestroopt wordt voor eerder genoemde eigenschappen. Het wordt hoog tijd dat de farmaceutische multinational Pfizer die miljarden dollars verdient aan hun bestseller Viagra de Aziatische markt via marketing overtuigt van het voordeel van hun weliswaar niet natuurlijk organische maar wel effectieve product.
Sea Dog Divers
Een flinke woordenwisseling ging vooraf aan ons besluit om te gaan duiken. Lin wil met de eilandentrip mee en ik wil duiken. De eilanden in de buurt van El Nido zijn inderdaad de moeite waard om te bezoeken, met prachtige lagunes en steile fjordachtige rotsen gevuld met van dat prachtige turquoise water, althans als we de brochures mogen geloven. Voorzien van lunch en nog dertig andere opvarenden ben je de gehele dag onder pannen. Maar ik heb geen zin om met zo'n groep voornamelijk bestaande uit Koreanen en Chinezen voorzien van de meeste geavanceerde duikpakken, maar wel met een zwemvest snorkelend want de meesten kunnen niet zwemmen, de gehele dag door te brengen. We hebben voor El Nido niet al te veel tijd gereserveerd maar uiteindelijk weet ik Lin te overtuigen dat duiken echt veel leuker is.
We hebben het verhaal van onze woordenwisseling gisteravond ook tegen Larry van Sea Dog verteld. En als we om half negen op de speedboot zitten en ons gereedmaken voor de eerste duik roept hij:" Today we have a bonus. In between the dives we will visit the Big Lagoon!" Lin is helemaal blij en ik ook. Sea Dog Divers weet de rust in ons huwelijk te bewaren. De volgende secretaris- generaal van de Verenigde Naties is een Filipino en heet Larry, als het aan mij ligt.
De duik zelf, bij Northrock, is prachtig. Er staat een kleine stroming en in dieper gelegen water komt het warme water in aanraking met het koude water. Je kan het water zien mengen. Er is genoeg te zien, we zwemmen door scholen vis.
Als we weer bij de boot boven komen met Abel, onze divemaster, het masker afdoen en de nodige fluimen lanceren zoals dat bij elke duik gaat, roepen de kapitein en z'n maatje al. "Starbucks coffee?" En breed lachend houden ze een aantal Starbucks-bekers en een thermoskan omhoog. Nadat we ons ontdaan hebben van gewichten, vest en vinnen en langs de zwemtrap omhoog klimmen staan de mokken koffie al klaar. Een lekker bakkie pleur drinkend en ondertussen opladend voor de tweede duik vaart onze speedboot naar de volgende stek.
Halverwege vaart onze speedboat heel rustig de grote lagune in. Het is inderdaad adembenemend mooi. Denk aan de film The Beach, op locatie bij Koh Phi Phi Thailand gefilmd. De grote outriggers waarmee de dagtours worden georganiseerd zijn op een enkele na nog niet gearriveerd. De omgeving is het betere plaatjeswerk voor vakantiebrochures: de rotsen lijken gisteren door de aardkorst omhoog gedrukt te zijn. Superlatieven schieten te kort om de lagune te beschrijven. Licht aquamarijn water, antraciet rotsen en weelderig groen prenten een plaatje op het netvlies om niet snel te vergeten. De oeh's en de ah's klinken door de boot en weerkaatsen in dit stukje paradijs op aarde. Mits internet het toelaat zal de fotoredacteur van Glazpol binnenkort de betere plaatjes uploaden naar ons blog.
Na een halfuurtje gaan we naar de volgende stek die we binnen tien minuten varen bereiken. Ook hier, South Miniloc, weer genoeg te zien onderwater. Terug in El Nido rond half een nemen we afscheid van iedereen. Nee, morgen gaan we niet duiken anders komen we gezien onze vlucht vanaf Busuanga tijd te kort op Coron.
Maar 's avonds als we tijdens een gezellig, van goede spijs en wijn voorzien diner de dag nog eens doornemen weten we het al. Dan maar een dag later weg uit El Nido. Morgen de wekker op zes uur en acht uur melden we ons gewoon weer bij Sea Dog. Soms is gezamenlijke besluitvorming kinderspel. Soms.

Hell Nido
What a lovely way to burn
De wekker gaat om half zeven. Tijd voor koffie en ontbijt. Acht uur vertrekt de enige jeepney van die dag vanaf de kerk naar de highway en dan door naar Roxas waar we de bus moeten pakken naar El Nido. Als we rond tien voor acht komen aanlopen is de jeepney al onderweg. Maar geen nood, op zo'n jeepney kan iedereen mee. Kippen, varken in een houten kist, lange bamboepalen en mensen zitten,staan en hangen op de jeepney. Het ding maakt eerst nog een rondje in het dorp om te kijken of niemand de bus heeft gemist. Her en der pikt dit APK ontlopen vehikel nog wat mensen op en daar gaan we, over heuvels en dalen, langs een slingerende bergpas met houten bruggen omzoomd door dichtbegroeide jungle. Vaarwel Port Barton. Tot nooit.
Een aantal westerse waaghalzen vinden het interessant om boven op de kippen, het varken in de houten kist, de bamboepalen en zakken rijst te zitten. Heel erg Camel Trophy en Paris-Dakar achtig, echter het bladerdek van de langs de kant van de weg staande bomen striemt als een ogrove bezem over het dak. Bovendien is het al bloedverziedend heet ondanks het redelijk vroege tijdstip. Lin die gelijk al op het dak is geklommen komt gelukkig al na een kwartier naar beneden tijdens een stop. Ik heb een plaats achter de chauffeur waar ik ruimschoots een bank deel met twee andere buitenlanders. Het is heel romantisch avontuurlijk zo boven op een jeepney maar alleen als je geen andere keuze hebt. De jeepney klimt in de eerste versnelling, zwaar overtoeren makend langzaam de berg op. Alles kreunt, steunt, ratelt en maakt andere ondefinieerbare geluiden. Maar dit hoogstandje van Filipijnse autotechniek flikt het bij elke berg, afdaling en wankele houten brug weer. Ik kijk op het dashboard van de jeepney. Er zit een toerenteller, een snelheidsmeter, een brandstofmeter en een oliedrukmeter in. Alleen de laatste is nog in bedrijf. Het is ongetwijfeld genoeg om er voor te zorgen dat we in beweging blijven. God houdt de remmen ongetwijfeld in de smiezen.
Na een kleine twee uur mogen we er in Roxas uit. De bus met airco naar El Nido via Tay Tay staat al klaar. Maar zitplaatsen zijn er niet meer voor deze rit van drie uur. Ik informeer wanneer de volgende bus gaat. "Half hour, sir". Dat halfuurtje kunnen we wel overbruggen. Kopje Nescafe en even zitten op het busstation, we hebben het deze reis wel vaker gedaan. Gezellig tussen bedelende kinderen, rondscharrelende schurftige zwerfhonden en wachtende passagiers onder de stationsrestauratie die opgetrokken is van tentzeil en bamboestokken. Inderdaad arriveert er een bus na twintig minuten, een bus met alle ramen open en een bord El Nido via Tay Tay onder de voorruit. Geen airco dus maar op dit busstation nog langer wachten is geen optie. Ik vraag aan de conducteur wanneer hij vertrekt. "In ten minutes, sir". Kort overleg met Lin volgt. Ach ja, met zo'n bus maak je nog eens wat mee.
Een minuut later zitten we in de bus op een bankje waar twee locals makkelijk op kunnen zitten. Wij zijn echt geen typisch Hollandse reuzen maar dit is een nogal benepen bankje. Ach, dat redden we toch wel die drie uurtjes. Dat hebben we vaker gedaan. Naast onze zitplaatsen staat een driezitsbank met daarop een westerse jongeman languit liggend. Ah gossie, hij zal wel ziek zijn, de arme stumper. De bus begint langzaam vol te stromen en er zijn geen zitplaatsen over. De stumper naast ons blijft onverstoorbaar languit op zijn ziekbed liggen. Vlak voor vertrek voegt zijn zo te horen tevens Franse vriendin zich bij hem. Filipinos delen ondertussen al zo'n driezitsbankje met vier en vijf personen maar deze cochons Françaises maken geen aanstalten om maar een centimeter Frans grondgebied vrij te geven. Het is werkelijk tenenkrommend om deze Europese "ambassadeurs" te aanschouwen. Ik vrees dat als ik er wat van ga zeggen dat ik dermate uit mijn slof schiet dat we zullen stoppen bij de lokale politiepost om een verklaring af te leggen. Onderweg stappen vrouwen met baby's op de arm in maar equalité, liberté en vooral fraternité geven geen krimp. En geen van de Filipinos durft te vragen of ze alsjeblieft ook mogen zitten in hun eigen openbaar vervoer waar ze net zo veel voor betalen als wij. Een absoluut schijntje voor ons maar voor hen serieus geld. Lin wenkt een van de vrouwen en roept overduidelijk hard dat er op de bank naast ons nog een zitplaats over is. De vrouw met het kind glimlacht vriendelijk naar Lin maar neemt duidelijk ongemakkelijk plaats op de bank naast onze "broeder en zuster" uit de Europese gemeenschap. Há, een- nul voor de Filipijnen in deze niet-vriendschappelijke wedstrijd dankzij een prachtige voorzet van Van de Pol! En dat zonder zonder een tik uit te delen met de bezemsteel.
In Tay Tay mogen we er een kwartier uit om iets sanitairs maar absoluut niet hygiënisch te doen. Gezegend met een piemel besluit ik het sanitaire gedeelte maar achter een bosje af te wikkelen. De dames in het gezelschap zullen voor vijf peso's moet hurken in een vies donker stinkhol. Nog even wat nicotine naar binnen werken en wat mij betreft mogen we weer verder.
Met twee flesjes water en een zakje cashewnoten hobbelt de bus verder tot we in El Nido aankomen. Als ik onze bagage uit de bus naar de wachtende Lin wil aanreiken loopt de Franse trut verschrikkelijk in de weg. Omdat ik voor dit misbaksel mijn rug niet wil verdraaien ontkom ik er niet aan om mijn koffer per ongeluk express tegen haar aan te stoten. Gezien haar uitroep heb ik haar pijn gedaan. Ach gossie, wat spijt me dat toch!
Per tricycle bereiken we vanaf de busterminal El Nido, wat een leuk klein plaatsje in een kleine baai is. Na onze intrek te hebben genomen in het Rainforest Hotel en ontstoft onder het warme douchewater wordt het tijd voor een wandeling in dit gezellige kleine plaatsje. Via Joe, thank you Joe Pundek, hebben we vernomen dat Sea Dog Divers een hele goede duikschool is. We maken een praatje met Larry en Abel, ontmoeten in de shop Marvin en Josephine uit de US. OK, dit gaat 'm worden. Morgen acht uur verzamelen in de shop en dan per speedboot naar twee duikplekken. We eten nog wat om daarna redelijk bijtijds in twee grote zachte bedden het licht uit te doen in de van alle gemakken voorziene Villa Glazpol.
Port Barton
Half acht staan we bij de busterminal. De lokale bus kost 150 peso's, een minivan met airco 50 peso's meer. En maakt een enkele stop onderweg. Als we in het busje zitten met o.a. Christine, een Française en verder alleen locals hobbelen we in drieënhalf uur naar Port Barton. Vooral het laatste stuk als we de "snelweg" af gaan is indrukwekkend. Een ruime drie kwartier slingeren we ons door de jungle, grote gaten dan wel dan weer niet vermijdend. Maar de omgeving maakt veel goed. Een van onze medereizigers is Lucy die bungalows verhuurt op het strand. We nemen bij haar bungalows een kijkje. Eenvoudig, met een ventilator en een badkamertje. Electriciteitsnet is slechts beschikbaar in Port Barton tussen 1800 uur en middernacht, WiFi idem. Het is er zeer warm en klamvochtig, dus langzaaaaaaam bewegen om zo min mogelijk te gutsen van het zweet. Er zijn twee "duikscholen" op het strand die we beide bezoeken om info te krijgen.
De eerste duikschool wordt gerund door een overjarige Duitse Pipi Langkous die gezien haar gedrag of te veel zuipt of tijdens een van haar duiken zuurstoftekort in de bovenkamer heeft opgelopen of een combinatie van de twee.
Voor dat ik een woord heb gezegd begint ze onafgebroken te ratelen dat dit een scheisse dag is, pissende kat op haar bed, het onopgevoede jongetje dat bij haar logeert, haar personeel dat de boot stuk heeft gemaakt. Ik weet wel zeker dat we ons leven niet gaan wagen bij deze te vroeg losgelaten psychiatrisch patiënt. Duiken is serieus genoeg. We nemen snel afscheid. Veel plezier in jouw wereld, wij gaan weer terug naar de realiteit.
Dan maar gelijk duikschool nummer twee bezoeken. Hebben we dat ook achter de rug. Een corpulente oudere Brit zit zwetend achter een laptop. Natuurlijk kan hij wat vertellen over het duiken hier. Nee, de kwallen van een meter doorsnee die hier op het strand aanspoelen en het zwemmen onmogelijk maken kom je echt niet tegen tijdens het duiken. En met PADI open water brevet waarbij je officieel niet dieper mag duiken dan 18 meter kan je gerust naar tweeëndertig meter. We vertellen dat we na Port Barton naar El Nido gaan. "El Nido? We call it Hell Nido!"
Een verhaal over drukte, verontreinigd drinkwater met daaruit volgende tyfus en hepatitis, criminaliteit en slechte duikscholen volgt. Deze man gaat ons niet overtuigen om onze klandizie te winnen. Verkooppraatjes die gebaseerd zijn om de concurrenten in een kwaad daglicht te zetten ondermijnen het eigen product.
Nee, duiken in Port Barton zal het voor ons niet worden. Zowel de Brit als de Duitse geven ons niet direct het gevoel van safety first. Port Barton, lekker rustig en ontspannen dat naar het saaie neigt maar voor ons blijft het bij één overnachting. Morgen vertrekken we om acht uur naar El Nido. Met Christine, Klaartje uit Amsterdam en de Chileense vriend drinken we op het strand een biertje. De kleine ventilator blijkt rond elf uur onvoldoende turbulentie in onze bungalow te ontwikkelen voor enigszins gekoelde nachtrust.