Roadforce One
We houden Koh Chang voor gezien. Het is er bewolkt, benauwd en druk met een luchtvochtigheidsgraad van een Turkse sauna.Waar eens een mooi lang strand was (White Sand Beach) is er nu bebouwing: een schoenenwinkel van twee verdiepingen, accommodatie om de behoeften van het massatoerisme te bevredigen en winkels en winkels en winkels. Wat een schril contrast met zeven jaar geleden. Onze tocht naar dit eens zo gemoedelijke eiland is tevergeefs geweest. We gaan terug naar het zuiden.
Vliegen vanaf Trat is duur want de enige luchtvaartmaatschappij die de lijn Bangkok naar Trat en v.v. onderhoudt is Bangkok Airways. Geen beletsel dus om de hoofdprijs te moeten betalen voor een vlucht van een uurtje. Maar liefst honderdtien Euri voor een enkele reis Trat naar Bangkok.Onze lokaal reisbureau stelt voor om met een privé taxi te gaan. Dat scheelt in de kosten, meer dan de helft en is vervoer van deur tot deur.
Mr. Kang is een vriendelijke, sympathieke en onberispelijk geklede heer en spreekt zeer goed Engels. Onze koffertjes gaan achterin de Toyota SUV en wij nemen plaats op de zeer ruime achterbank. Mr. Kang is van het soort meedenkende eenheid. Hij wil weten waar we naar toe gaan om deze rit zo aangenaam mogelijk te laten verlopen. Nadat we hem verteld hebben dat onze reis naar Koh Lanta gaat via een van de twee luchthavens die Bangkok rijk is begint hij te bellen. Hij calculeert onze reistijd en vraagt vertrektijden op van de mogelijke vluchten van Don Muang en Suvarnabuhmi airport. De twee luchthavens liggen een aardig eind uit elkaar. Gezien onze aankomsttijd in Bangkok tijdens de avondspits is het zeer gewenst om nu al positie te kiezen. Suvarnabuhmi is het eerste vliegveld op onze route dat we kunnen aandoen en Don Muang nog zeker anderhalf uur verder. Het laatstgenoemde luchthaven heeft veruit meer vluchten richting ons reisdoel.
Dan verandert ons vervoermiddel in een TSUV CC (Tactical Strategic Utility Vehicle Command Center), Roadforce One. Van alle mogelijk haalbare vluchten is de vlucht van 22:30 uur vanaf Don Muang de enige optie. Aankomst Krabi Airport 00.00 uur. Rond die tijd is er geen aansluiting meer met de ferry naar Koh Lanta en moeten we overnachten in Krabi om de volgende dag vroeg de oversteek naar Koh Lanta te maken.
Plan B treedt in werking en met WiFi aan boord boekt Linda de vroege vlucht (07.40) vanaf Don Muaeng. Ik boek een airport hotel, met zwembad en shuttle service in de buurt van de luchthaven. En Mr. Kang heeft zijn navigatie app op de telefoon al ingesteld op de nieuwe bestemming. Met Mr. Kang als onze gezagvoerder op de Roadforce One laveren we via vluchtstroken en andere shortcuts over de snelweg. Zelfs in de zeer drukke avondspits (Mr. Kang heeft het over een rustige avond) weet hij overal voor te dringen en telkens weer een bypass te vinden. Uiteindelijk bereiken we na een rit van zeven uur het B Your Home Hotel waar koud bier en een dakterras met zwembad de reis doet vergeten.
Tot tien tellen
De overtocht naar Koh Chang duurt een ruim half uur, het in- en ontschepen van de voertuigen niet meegerekend. We sluiten aan in een lange rij. Voorzichtige inschatting, met de rij voor ons wordt dit niet de ferry van twee uur. We staan met draaiende motor, vanwege de airco, in de rij. Het busje is vol en benauwd. Als de ferry van twee uur vertrekt weten we: of we blijven in het benauwde busje of we stappen uit en trotseren de verzengende hitte. Het wordt optie twee. Met stationair draaiende motor is de mechanische ventilatie niet opgewassen tegen elf gerecyclede adem- en andere geuren producerende volwassenen.
Gelukkig wordt het de ferry van drie uur en we stappen aan boord uit het busje. Twee redenen: het verkoelende zeebriesje en het is niet veilig, mocht de ferry om welke reden dan ook water maken.
Na de overtocht stappen we weer in het busje om iedereen af te zetten bij de juiste accommodatie. Wij blijven als laatsten over. We hebben toch duidelijk onze bestemming op White Sands Beach aan de chauffeur doorgegeven. Aangezien we hier zeven jaar geleden ook waren weten we zeker dat hij veel te ver is door gereden. We starten onze eigen navigatie op de telefoon en tonen hem waar hij moet zijn. Nog steeds volhardt de chauffeur zijn eigen koers en raken wij lichtelijk geïrriteerd. Nogmaals op de navigatie ziet hij kans om de weg niet te vinden. Met de navigatie app in de hand zijn wij de Thaise Tom Tom. Als we dan eindelijk onze bestemming bereiken en hem vriendelijk bedanken voor deze niet gevraagde maar toch gekregen eiland tour gooit hij boos onze koffertjes op straat en roept er iets lelijks in het Thais bij.
Ik heb het nu wel gehad met mijn geduld en steek mijn middelvinger naar hem op. Als een Thai boos wordt verliest hij zijn zelfbeheersing en lijdt hij gezichtsverlies. Deze man probeert mijn middelvinger te overtreffen en pareert met twee middelvingers. Bovendien is hij zichtbaar driftig verhit.
Ik heb geen derde middelvinger en twee middelvingers opsteken zal resulteren in een gelijkspel. In blessuretijd steek ik mijn pink op. De scheidsrechter fluit de wedstrijd af en FC Glazpol gaat door naar de volgende ronde.
He drives me crazy
Pattaya naar de ferry voor Koh Chang
Op 6 februari worden we om 07.30 uur opgehaald. In Thailand hebben ze een mooi systeem van minivans die je vooraf bij een travelagent reserveert, ze pikken je op in je hotel en zetten je af bij je nieuwe onderkomen. De minivans rijden stevig door en zijn vaak robuuste machines van Toyota of Suzuki.
Op de een of ander manier zitten wij altijd in een oud barrel inclusief een satanische chauffeur die nog 7 levens heeft te gaan. Net iets later remmen dan ik zou doen, net iets eerder uitvoegen dan ik zou doen, zeg gerust afsnijden, bumperkleven, links inhalen, rechts inhalen, desnoods over de vluchtstrook. Hij heeft een snelheidsbegrenzer op 95 kilometer en dan begint de boel te piepen alsof er iets klaar staat in de magnetron. Niet dat hij zich daar iets van aantrekt.
In zijn cockpit hangt een plastic tas voor vuilnis aan zijn versnellingspook, op het dashboard ligt en opgevouwen wandelstok een potje prickly heat, luchtverfrissers, diverse vouchers met aantekeningen waar hij de gasten naar toe moet brengen, twee flessen water, een zak mandarijnen, een notitieblok en een handdoek voor het zweet op zijn voorhoofd. Nou, doe mij er ook maar eentje.
Kortom het is beter dat ik deze vier uur durende rit mijn ogen dicht houd en mooie herinneringen aan Boris ophaal.
Van Sodom naar Gomorra
Twee plaatsen in Thailand waar we niet dood gevonden willen worden: Phuket en Pattaya. Maar helaas ook plaatsen waar je een goede transfer kan krijgen naar veel aangenamere bestemmingen. Vanuit Koh Yao Yai naar Koh Chang oftewel van deep down south in de buurt van Maleisië naar het noordoosten van Thailand, schurkend tegen de grens van Cambodja.Â
De wekker gaat 05:15 uur af in onze gloednieuwe bungalow met geruisloze airco. De slaapkamer is als een koelcel. De haan van de buren is geïrriteerd  dat wij hem in zijn slaap storen en begint deze dag eerder aan zijn werkzaamheden en schrijft de overuren die hij nu al maakt.Â
Onze gastheer heeft al koffie gezet en samen met een Finse jongeman genieten we van dit bakkie Thaise pleur. Het is zes uur. Over een half uur vertrekt de speedboot naar Phuket. Na een dertig minuten varen komen we aan in Phuket. Daar wacht een jongeman met een bordje met Linda’s naam ons op. De ochtendspits vangt net aan maar onze chauffeur weet ons na een halfuur op Phuket Domestic Airport af te zetten. Niet dat we haast hebben, onze vlucht vertrekt 12:40 uur. Het is net half acht.Â
Bij gebrek aan ontbijt bij vertrek hopen we op de luchthaven een sushitent te vinden maar de keuze beperkt zich tot Subway, Chinees, Thais en Burger King. Lin bestelt noodles bij een van de lokale tentjes maar ik ga voor de inburgeringscursus: Whopper bacon cheese met frietjes. Mijn ex-collega Hans zei altijd:’je hebt twee soorten burgers, hamburgers en wereldburgers’.Â
Na lang wachten is het eindelijk tijd om aan boord van het Air Asia toestel te gaan. Na vijf kwartier landen we op U Tapao International Airport. We zijn te laat om nog met de bus naar Koh Chang te gaan en na wat gekibbel besluiten we om dan maar te overnachten in Pattaya. In een volgeladen, hete minibus met onbeschofte chauffeur geraken we uiteindelijk in Pattaya Central. We boeken een rustig gelegen hotel voor een nacht om ons te oriënteren op het verdere vervolg van de reis.Â
Pattaya, waar dikke oude en lelijke kerels met ontbloot bovenlijf en dikke bierbuiken door de stad wandelen. Waar alles en iedereen voor het juiste bedrag te koop is. Ik heb deze stad al eens eerder beschreven. De vuiligheid, de bedelaars naast de luxe winkels van Armani, Louis Vuitton etc. De jonge vrouwen en mannen die hun lichaam te koop aan bieden in de vele bars. Een stad vol vieze, drekkige triestheid die ik nergens eerder aantrof.
Lichtpunt die avond is ons bezoek aan Fuji, het Japanse restaurant, gelegen in een mega winkelcentrum. Een vriendelijke heer op een taxibrommer brengt ons direct naar de shoppingmall. Met zn tweetjes achterop laveert hij ons door de verkeersdrukte van Pattaya Central. We laten ons de de sushi en sashimi goed smaken vergezeld door een ijskoud Asahi biertje. Morgenochtend vroeg weg uit deze hedonistische idioterie. Wij ontspringen het dansen op de vulkaan.
Salaam
Koh Yao Yai
Na een korte vaartocht met de longtail komen we op koh Yao Yai aan dat ook voornamelijk wordt bevolkt door de Moslim gemeenschap. Yai betekent groot dus dit is een groter eiland dan Noi (klein). Onze bungalow bij Modern Inn is schoon, koel en nieuw. De bedden zijn goddelijk en de airco maakt geen geluid. Heerlijk.
De vrouw des huizes spreekt nauwelijks Engels maar met handen en voeten weten we erachter te komen waar sinds kortde 7/11 is. Immers daar staat ook altijd een ATM want de huishoudknip is empty. Daar aangekomen staat ons een dubbele verrassing te wachten. Deze 7/11 heeft geen ATM en verkoop ook geen alcohol! ‘ Salaam Aleikum’ roept Simon op zijn aller charmantst. De dame pakt zijn handen beet en zegt ‘ Aleikum Salaam’ . Vrienden voor het leven. Bovendien spreekt ze goed Engels dus de volgende vraag is een logische: waar kunnen we hier alcohol kopen en pinnen? Met wifi samen zo een beetje de belangrijkste ingrediënten voor een aangenaam verblijf op dit eiland. Ze legt uit dat we richting het populaire strand moeten lopen en dan passeren we de family market. ‘They have good beer’ en lachend vraagt Simon hoe zij dat weet.
Natuurlijk is het midden op de dag en wie loopt er weer te sjokken langs de weg? Wij. De wegen zijn hier wat steiler dan op Noi. Na een half uurtje vraag ik Siem of dit echt de juiste weg is terwijl ik het zweet uit mijn gezicht veeg. Tja, dat weten we allebei inmiddels niet meer. De warmte tast ook de hersenactiviteit aan.
Dus vragen we het nog maar eens bij een huis langs de weg. Een jongeman springt behulpzaam tevoorschijn en maakt een brommergebaar; hij gaat ons brengen. Tot mijn vreugde wil het onmogelijk te beschrijven stuk schroot op wielen niet starten en biedt de buurvrouw haar tuktuk aan. Wroemmmm vol gas de bergen in op naar onze redding.
Aangekomen bij de family market staat een ATM. Helaas er ligt een afgescheurde dekstel van een kartonnen doos op met een tekst in het Thais. Simon vraagt onze Thaise vriend of de machine soms stuk is. No no, work antwoord hij. Simon tilt hem op maar het scherm dat normaal vol Thaise teksten staat, is akelig donker. Hij houdt de kartonnen doos boven hun hoofd en warempel, hij doet het wel. Het stuk karton dient als parasol want met de zon op de machine zie je geen klap. Vlot spuugt de ATM er 10.000 baht uit. Daar komen we gelukkig verder mee. Laat de Family Market nou ook gewoon Sang Som hebben!
We vragen of hij ons naar het mooie strand wil brengen. Dat wil jij zeker. Het is inderdaad prachtig maar op dit tijdstip van de dag niet geschikt voor ons kaas minnende bleekscheten. Dus hup voor de derde keer dezelfde heuvels weer over op weg naar onze gekoelde en schone kamer.
Inmiddels is de eigenaar ook gearriveerd. Het bordje - verboden alcohol te drinken - hebben we voor het gemak genegeerd. De twee rinkelende glazen die we in de de hand hebben, kunnen we nog net verstoppen. Aardige vent, hij biedt aan ons vanavond naar het restaurant te brengen: gratis. Nou, daar zeggen wij Hollanders geen nee tegen.
Onze tuktuk chauffeur brengt ons met hoge snelheid in het pikkedonker zonder verlichting op het voertuig naar de populaire bar annexrestaurant. Gelukkig kunnen we nog net een een tafeltje bemachtigen. Siem bestelt een white snapper en ik neem een spicy thai beefsalad. Godenvoedsel.
De volgende dag huren we zelf een brommer en verkennen het eiland. Het witte beroemde strand is prachtig en we genieten van de rust en het uitzicht. Morgen vliegen we van Phuket naar Pattaya.
Tour de Noi
Vandaag gaan we brommeren. Dit eiland leent zich goed voor een chauffeur die zijn brommerervaring opdeed toen de zwarte krullen nog woest heen en weer golfden. Bovendien heeft hij ook nog eens een brace om zijn rechterhand omdat de breuk die hij tijdens zijn ongeluk in Wijk aan Zee heeft opgelopen niet goed is geheeld. Omdat ik drie keer in mijn leven op een brommer heb gereden, lijkt het niet zo een goed idee om mij te laten rijden. Er zijn al genoeg ongelukken gebeurd. Gehelmd in de kleuren roze en blauw, dat had die mevrouw wel heel leuk voor ons uitgezocht, stap ik bij Siem achterop de rode Honda en daar gaan we.
Het eilandje is niet zo groot, heeft een paar leuke strandjes en wordt voornamelijk bevolkt door locals. Alcohol is hier nauwelijks verkrijgbaar omdat 90% van de plaatselijke bevolking bestaat uit Moslims. Hier krijg je de Thaise smile nog regelmatig te zien in plaats van de smile die begint met het ons allemaal bekende dollarteken. We tuffen het eiland rustig rond, stoppen her en der om de prachtige natuur te bewonderen. Een koel briesje maakt de temperatuur van zeker 33-35 graden dragelijk.
We stoppen langs de weg bij een leuke eettentje met een allervriendelijkste mevrouw die haar gerechten goed weet aan te prijzen. We genieten van een zelfgemaakte red soda en een heerlijke Phad Thai en gebakken rijst. Vrolijk wuiven we haar gedag en gaan richting onze bungalow. Vanmiddag 12.00 uur Nederlandse tijd wordt onze grijze tijger gecremeerd. Wij nemen afscheid zo’n 11.000 km verderop.
Ik heb snel een diavoorstelling op de Ipad gemaakt van alle mooie foto’s en filmpjes van onze lieveling. Om 18.00 uur onze tijd kijken we gewapend met een glas Thaise Wisky en twee waxinelichtjes op het altaartje de vele beelden die we van onze kleine vriend hebben gemaakt. Lek ligt tussen ons in. Dag lieve Ohm Boris, Borissie, Mr. B, Fifty shades of grey, Mr. Grey, voor altijd in ons hart. Op 24 februari organiseren we in Nederland een High Tea ter nagedachtenis.
Tipsy Gipsy wordt die avond de plek waar we onze emoties en herinneringen de revue laten passeren. Gob de kok is goed voor ons. Het eten smaakt en de drank vloeit rijkelijk. We besluiten om bij terugkomst op zoek te gaan naar een nieuwe kattenliefde voor Casa Glazpol.
Lek
We stappen in de pickup truck die ons naar de pier van Saladan brengt. We gaan per speedboot naar Koh Yao Noi. Een ritje van anderhalf uur waar bij andere eilanden gestopt wordt om passagiers op te pikken en af te zetten. Zevenhonderdvijftig Suzuki zeepaardenkrachten hangen achter de gestroomlijnde polyester machine. De rederij heeft het transport van mens en bagage strak georganiseerd. Door middel van een systeem van kleurcodering en stickers weet de driekoppige bemanning wie en waar er af gaat. Tanige Thai tillen loodzware koffers zo groot als olievaten met het grootste gemak aan en van boord. Rustig verlaat dit niet geheel CO2 neutrale vaartuig de pier om vervolgens op open water te accelereren naar een stampend monster die harde klappen maakt op het water.
Met zo’n 28 andere passagiers in een beperkte ruimte stampen we op keiharde kleine stoeltjes over het water. De semi open ruimte is vergeven van benzinewalmen. De ideale omstandigheden om de eerder genoten lunch opgewarmd naar zevendertig halve graad te recyclen. Gelukkig zijn wij wel wat gewend maar menig passagier wil graag gebruik maken van de zeer beperkte ruimte op het voordek. Stel je een lift voor bestemd voor vier personen, laat hier de tafel van drie op los, dan is de uitkomst sardineblikje (mathematisch L4x3= sardineblikje).
Met onze schipper die naast ons alle zevenhonderdvijftig zeepaardenkrachten los laat op wateroppervlak kunnen we het gelijk goed vinden. Hij is niet blij met de zijn zicht verstorende gasten op het voordek. Hij zoekt bewust de zwaardere deining op om duidelijk te maken dat het gevaarlijk is op het voordek en dat het zijn zicht belemmerd.
Als hem duidelijk wordt dat niemand de hint begrijpt, sommeert hij iedereen naar binnen. Een enkeling sputtert nog tegen met het argument dat zij allergisch is voor de lucht van benzine. Misschien volgende keer met de trein naar het eiland, mevrouw? Na een kwartier valt de boot stil en gaan de buitenboordmotoren omhoog voor een inspectie. Het beest dat eerst nog bijna over het water denderde ligt nu ingezakt te deinen met de golfslag midscheeps. Medepassagiers zijn opgestaan om te kijken wat er aan de hand is. Waarschijnlijk gisteravond Titanic gekeken. Na deze inspectie voert onze schipper de drie dorstige buitenboordmotoren hun gulle rantsoen en stampen we verder.
Bij elk eiland dat we onderweg aandoen komt er een longtail boat langszij om mensen en hun bagage van de boot naar het strand te vervoeren. Een operatie die afhankelijk van het aantal mensen een kwartier in beslag neemt. Echter bij aankomst in de baai van Raileigh Beach komt er geen boot opdagen en duurt het zeker langer dan een half uur. Als dit in 1944 tijdens D-Day was gebeurd dan sprak geheel Europa Duits en behoorde rassenleer tot het verplichte vakkenpakket op de basisscholen.
Na flink wat vertraging komen we dan uiteindelijk aan op Koh Yao Noi. We hijsen ons achterop de gereedstaande pickup truck. Zo dat is beter, geen benzinewalmen meer maar goudeerlijk diesel om op te snuiven.
Bij aankomst bij Tha Khao Pier Bungalow wacht een charmante, zeer goed Engelssprekende dame ons op. Terwijl zij ons de bungalow laat zien loopt er een piepklein poesje met ons mee. Ann, onze gastvrouw, vraagt of wij dit bezwaarlijk vinden. Lin vertelt haar wat Boris is overkomen. We huilen gezamenlijk met een vrouw die we net tien minuten kennen. Ze omarmt Lin, wat zeer uitzonderlijk is omdat de Thai niet openlijk lichamelijk ingesteld zijn. Kippenvel, zowel bij ons als bij haar.
De fles Thaise rum meegenomen van Koh Lanta gaat het die avond niet overleven. In het lokale winkeltje nemen we een kilo ijsblokjes en soda water mee en halen herinneringen op aan Boris. We horen als we uitgeteld van de emotie, reis en drank in bed liggen een luide plof op de houten vloer. Een klein bescheiden miauw volgt. Het kleine poesje kruipt tussen ons in. Ze blijft de hele nacht bij ons en zal dat tijdens ons gehele verblijf in deze bungalow blijven doen. Het piepkleine zwangere poesje heeft al een naam gekregen. We noemen haar Lek. Thais voor klein. Ze blijft de komende twee dagen onze kat. Boris heeft vast zijn invloed aangewend om ons deze twee dagen een comfort cat (troostkat) te sturen. Heaven sent.
Boris
We zien op 31 januari dat we diverse telefoontjes van Djadi hebben gemist. Als we bij Smile beach resort zijn, belt Simon haar onmiddellijk. Te zien aan zijn reactie is er iets goed mis, hij trekt wit weg en beeft. Djadi heeft slecht nieuws. Boris heeft zich in zijn angst voor de stofzuiger in de wasmachine verstopt. Na 15 minuten zoeken heeft mn vader de wasmachine open gerukt. Boris leefde nog.
In de avond gaat het slechter met hem (secondary drawning). Samen met Djadi brengen ze Boris naar het dierenziekenhuis. Hij krijgt zuurstof, is onderkoeld en heeft vocht in zijn longen. De artsen geven aan dat als er binnen 48 uur geen verbetering is, de hoop op herstel erg klein is. De volgende ochtend krijgt hij een epileptische aanval als Pap en Djadi op bezoek zijn. De artsen zien het somber in. Op 31 januari in de middag krijgt hij nog meerdere epileptische aanvallen. Kortsluiting in zijn hersentjes. Djadi belt ons en we spreken met de dierenarts. Het is beter als Boris inslaapt.
Wat hadden we die kleine rakker nog graag willen knuffelen, wat hadden we hem willen zeggen hoe vreselijk gek wij op hem zijn, wat hadden we hem graag willen vasthouden toen de dokter met het spuitje kwam en hem zachtjes toe willen fluisteren dat we hem zo gaan missen. Maar we weten dat mijn vader en Djadi alles hebben gedaan wat in hun vermogen lag om hem te redden. Boris is in alle rust in de warme armen van mijn liefste kind overleden. We hebben hem vijf fantastische jaren kunnengeven omringd met liefde en aandacht.
We overwegen om terug naar huis te vliegen, maar Djadi raadt ons aan om weg te blijven en zo alvast te wennen aan het idee dat Boris er niet meer is als we thuiskomen. Hoe moeilijk dit besluit ook is, in Nederland kunnen we ook niets meer voor hem doen.
Het is bizar om hier aan het strand te zitten. Wij huilen terwijl vakantie vierende mensen en spelende kinderen het enorm naar hun zin hebben. Terwijl de zon aan de horizon verdwijnt en de weg naar het westen vervolgt slaapt onze Boris in.