Let’s get wet

Koh Kradan snorkeling

Lange tijd blijf het onduidelijk of onze vriendinnen uit LA de wandeling die avond met Johny Walker hebben overleefd. Er heerst radiostilte op whatsapp maar om 08.00 uur wordt de stilte doorbroken met de melding dat zij zich om 09.00 uur zullen melden op de pier.

Mister Yong vaart ons in zijn longtailboot naar Koh Kradan om een halve dag te snorkelen en het eiland te verkennen. Aangekomen bij het koraalrif vragen we naar een snorkelset. Hij kijkt ons aan en zegt: “Oh, now I must go shopping. Vol ongeloof kijken we hem allemaal aan en lachend trekt hij een grote krat tevoorschijn waar we onze keuze uit kunnen maken. Grapjas.

We klimmen de zojuist opgehangen zwemtrap af om de wonderen wereld onder water te aanschouwen. Poederzand, koraal, zee-egels en diverse fel gekleurde vissen vormen een feeëriek schouwspel. Na een half uur varen we door naar het lange witte strand om het eiland te verkennen.

De parelwitte stranden en het azuurblauwe water zijn overweldigend qua schoonheid en toch zijn wij liever op een strandje waar de Thai met hun familie gezellig komen eten en drinken. Op dit eiland lijken vooral bootladingen mensen te komen die de mooiste instagramplaatjes willen schieten. Dat maakt het voor ons in al haar schoonheid toch minder aantrekkelijk. Om 12.30 uur zetten we Ann en Jivani af op Hat Farang. Zij vliegen terug naar LA. Wij boeken onze trip naar Koh Lanta om morgen Amy en Jahop te ontmoeten.

Bleekschetenstrand

Vandaag staat Farang Beach op het programma. Farang is de naam die de Thai gebruiken voor bleekscheten uit Europa. Dit strand ligt aan de andere kant van het eiland en ja, sportief als we zijn, lopen wij die paar kilometer gewoon. Twintig jaar geleden hebben we daar met Djadi gelogeerd. Nu eerst ontbijt! 

Bonjour, in een ruimte van drie bij drie meter treffen we een vriendengroep van gelijkgestemde pensionada’s. Zeer Frans en zeer luidruchtig. Hun eigen oploskoffie en melkpoeder mee, ieder een andere wens hoe de eitjes gebakken moeten worden. Geduldig wachten wij tot we aan de beurt zijn. Enfin, ieder zijn ding. 

Voordat wij eindelijk op pad gaan is het al weer lekker warm geworden, zeker 33 graden. Onderweg scoren we een banaan en een grote fles water bij de lokale supermarkt. Toch iets verder lopen dan we dachten. Ik wijs Simon op een aap in de elektriciteitsmast en plotseling neemt deze een gigantische sprong en duikt de bomen onder hem in. Flying monkey, nooit eerder gezien.

Hat Farang is een mooi strand maar waar 20 jaar geleden de bamboehuisjes stonden is nu een troosteloze vlakte met alleen de betonnen attached bathrooms die aan de hutjes vast zaten. Waarom ze die hebben laten staan is een raadsel. Maar het strand is nog steeds prachtig. En er zijn weinig badgasten We sprinten naar de Monk Bar door het hete zand. Oeps, voetzolenverschroeiend heet. Snel claimen we een ligbed in de schaduw. Hier houden we het wel een poosje uit.

We raken in gesprek met een Fins - Chinees/Colombiaans koppel van 26 en 21 jaar uit Shanghai. Leuke mensen. We steken elkaar de loef af met smeuïge reisverhalen en wij winnen. Tuurlijk, we zijn twee keer zo oud. Alleen het verhaal over de veerboot van Koh Lanta naar Koh Mook hebben we eerder gehoord. Een familie uit Den Haag vertelde gisteren dat ze tijdens de overtocht op de Reggaeboot een heel slechte ervaring hadden. Het schip begon volgens sommige passagiers slagzij te maken. Paniek begint als de eerste een reddingsvest pakt. En onze nieuwe vriend uit Finland vertelt dat hij diegene was.

Jivani en Ann uit Los Angelos overhoren onze conversatie over het huren van een longtail om morgen naar Koh Kradan te gaan. Bij de bar schiet Jivani me aan en vertelt dat ze ons gesprek heeft opgevangen. “You guys are amazing and I want to talk to you beautiful people. I told Ann, let’s go with them on the boattour. Please can we come??”

We beloven dat wij de trip regelen en ‘s avonds  iedereen appen over de kosten en time of departure. Ondertussen is het happy hour en onze kleine Jivani slurpt de een na de andere dubbele Johny Walker weg en lispelt tegen Simon bij het zien van een foto van Djadi: “Is she exclusivly into men? What a shame!” Haha gekke meid, dronken meid. We slepen haar tussen ons in mee naar de taxi en leveren ze af bij hun huisje. Wij rijden door naar de pier en boeken de snorkeltrip bij mr. Yong. De keuze daarna is massage of eten want het is inmiddels al 21.30 uur. Dat laatste wordt het.

Yao beach naar Koh Mook

‘ No have, no room available for tomorrow.’ Het fijne daarvan is dat we onze keuzes kunnen beperken tot Koh Mook of Koh Libong en vanaf daar naar Koh Laoliaou te gaan. Het wordt Koh Mook. De laatste keer dat we daar belandden was 20 jaar geleden met Djadi. We kennen het eiland met strand van fijn wit zand en twee a drie accomodaties: resorts mag je het niet noemen. Na een check op booking.com blijkt het aantal resorts vertienvoudigd en vanaf het niveau, ik slaap nog liever in een doos onder een viaduct naar grote luxueuze bungalows met alle mogelijke moderne voorzieningen die er te verzinnen zijn. Met een infrastructuur o.a. bestaande uit een hoofdweg ter breedte van een fietspad uitsluitend begaanbaar door lokale vervoersmiddelen. Niet geschikt voor auto’s. Benenwagen, fiets, brommer of tuktuk, daar moeten we het mee doen.

Aangezien het weekend is, is onze keuze van accomodatie eenvoudig. Of we betalen de hoofdprijs of we nemen onze intrek in Smile bungalow, een eenvoudige betonnen variant van de bamboohut. De paarse ventilator blaast de sleetse gordijnen voor de vastlopende schuifdeuren. Ruikt het nou een beetje naar poep in die badkamer of heeft er iemand een windje gelaten? Maakt niet uit, we zijn wel wat gewend. Er is een plan B voor slapeloosheid bestaande uit drie oplossingen: oxazepam, alcohol of een pretsigaret bij de locale reggaebar Xoy Xoy of een combinatie van alle drie. Mocht dit niet helpen hebben we via Google opgezocht wat het Thaise woord voor rubber hamer (plan C) is.

Koh Libong tour

Hat Chao Mai is uren wandelen over een verlaten strand van ongeveer 10 tot20 kilometer lang. Bij laag water zeker 100 meter breed. Het enige dat je aantreft zijn aangespoelde schelpen en al het andere wat de zee uitbraakt en weer inneemt tijdens het wisselen van de getijden. Een oase van rust na de hectiek van Bangkok.

Na het ontbijt wandelen we naar de Hat Yao pier om te checken waar we vanaf hier allemaal naar toe kunnen varen. De boot voor Koh Libong vertrekt binnen een half uur. Snel kopen we nog een paar Adda slippers voor Siem en springen we vervolgens op de local ferry onderweg naar Koh Libong.

Onze tuktuk chauffeur is ouder dan Methusalem en heeft een lief gezicht. Hij zal ons voor 500 baht het eiland laten zien. Towerbridge o.a. Niet te verwarren met de Londense versie maar een lange pier waar onze tuktuk met luttele centimeters aan weerszijde overheen rijdt. Op de railing liggen door midden gekliefde vissen variërend van 60-70 cm lengte te drogen. We klimmen de 25 meter hoge toren op en kijken of we dugongs kunnen zien. Helaas, dat moet een tourist trap zijn.

We vervolgen onze weg naar hetLibong beach resort om wat te eten en we nodigen onze chauffeur ook uit. Het is er zalig, lekker briesje, smal strandje maar fijn en leuke huisjes met seaview. Niks mis mee. Toen had de oude baas het wel gezien en scheurde terug naar de pier. Ik denk dat zijn middagdutje belangrijker was.

Voor de tweede keer deze dag moet voor onze afvaart de bootcaptain ons laten zoeken maar gelukkig is dit het land van de glimlach en na dit spontane avontuur kan onze dag eigenlijk niet meer stuk.

Bij de pier scoren we een fles Sang Som (Thaise rum) bij een allerliefst Thais mevrouwtje in een schattige kiosk met de belangrijkste levensbehoeften. We wandelen op ons gemak terug naar Yao beach. Het is vrijdagavond en volgens een vaste bewoner kan het nog wel eens luidruchtig worden. Ik heb het niet gehoord maar volgens Simon hebben ze allemaal een leuke avond gehad.

De lange weg naar Hat Chao Mai oftewel 11.000 km in een dag

Om 17.15 uur vertrekt stipt op tijd onze vlucht naar Bangkok met de KLM. Het is al weer een poosje geleden dat we voor het laatst met de koninklijke vloot hebben gevlogen en ook nog eens rechtstreeks. Duur 10 uur en 15 minuten in de 777-300. We zitten niet al te ruim in deze trombosebuis maar met een hapje en een drankje en wat inflight entertainment komen we deze slapeloze vlucht door.

Van Suvarnabumi naar Don Mueng pakken we een taxi. Het verkeer kruipt over de tolwegen en ik begin me een beetje ongerust te maken. Onze connecting flight naar Trang vertrekt om 13.15 uur. Het leek best veel tijd maar in deze toeterende massa met laaghangende smog begin ik hem enigszins te knijpen.

Op Don Mueng moeten we onze boardingcards nog printen. Een machine en een enorme rij. Ik loop alsof ik koningin Maxima ben naar voren en laat mn Q-code scannen. Geen tijd voor dat gezemel. 45 minuten voor departure staan we voor de gate. Die avond werd er in een speciale uitzending van de Thaise Opsporing Verzocht aandacht besteed aan het brute optreden van deze airport terrorist.

Op Trang airport duurt het even maar dan vinden we onze chauffeur Chai die ons naar het Hat Chao Mai Beach Resort gaat brengen. En dat doet hij gelukkig snel. Aangenaam verrast door de rustige omgeving en het heerlijke nog ongerepte stukje Thailand zinken we neer, bewonderen de zonsondergang en drinken bier. Onze kamer is van ongekende luxe, zeker met de upgrade die we door de vriendelijke dame toegekend krijgen.

Na een smakelijk diner kruipen we in onze Thaise designkamer. Dat staat voor een schitterend ontwerp alleen die afwerking. Maar met je ogen dicht zie je dat niet.



The Red Lotus Lake

The Red Lotus Lake, Linda

Om 05.15 uur gaat de wekker. Ik haat dat ding. Maar als je ook nog wat wilt zien ontkom je er niet aan. De rode lotusbloemen openen bij zonsopgang en sluiten als het te warm wordt. Chiel waarschuwt dat we tot uiterlijk 11.00 uur de tijd hebben om dit wereldwonder te aanschouwen.

De taxichauffeur is stipt op tijd en om 06.00 uur rijden we weg. We hebben geregeld dat we op de terugweg bij de Friendship Bridge, Nong Khai worden afgezet om de grens met Laos over te steken. Onderweg stoppen we bij een ATM maar tot mijn verbazing komt er op alle ING pasjes geen cent uit de machine. We ploegen ons door de ochtendfile en na 45 minuten zijn we ter plekke. We zijn de eersten.

Na twee nescafé blijkt dat het Red Lotus Lake meer bezoekers verwacht dan alleen Siem en ik. We trekken een sprint naar de kleine bootjes die daar geduldig wachten op hun passagiers. Door een versterkte microfoon roept de Thaise Ron Brandsteder allerlei teksten om toestromende toeristen te lokken naar de lotusbloem.

Wij zijn met de taxi aangekomen maar de toestromende toeristenbussen worden door capabele dames in juiste banen geleid. Zij regelen een foto van ons als we in de uiterst comfortabele boomstam stappen. Het doet denken aan de Amsterdamse rondvaartboot maffia of het Volendamse klederdracht toerisme.

We ploegen ons voort door een meer vol soepgroente onder de snel rijzende zon. Ik doe moeite om mijn teleurstelling te onderdrukken. Her en der verschijnt een rood/roze lotusbloem maar van een veld kunnen we echt niet spreken. Nu sta ik niet bekend als het meest geduldige type en gelukkig wordt het uitzicht over het meer met de opgaande zon steeds mooier.

Het is bladstil, de enige beweging in het water wordt veroorzaakt door een opvliegende vogel en de beweging van een vis. Door de smalle vaargeultjes manoeuvreert onze kapitein behendig zijn boot. Zo ver je kunt kijken zien we alleen diverse tinten en formaten roze/rode lotusbloemen. Red Lotus Lake of soms ook wel Sea genoemd doet haar naam eer aan. Het is een beloning voor het oog en nieuwe, mooie herinneringen worden opgeslagen.

In de verte zien we de bootjes vol Chinezen al onze kant op komen. Behalve dat de pruttelende motoren veel geluid maken die watervogels doen opschrikken is het gekakel van de vooral Chinese toeristen ook niet bepaald bevordelijk voor de idyllische sfeer en omgeving. Nu snap ik nog beter waarom Chiel ons adviseerde héél vroeg te gaan.

Als we bij de aanlegsteiger komen, bedanken we onze gids met een met tip gevulde handdruk. Fijne vent, sprak geen woord Engels maar begreep precies wat we wilden zien. Bij het kantoortje staan al rijen met goudbruine fotolijstjes klaar waar Simon en ik ook vereeuwigd zijn. Siem kan het niet over zijn hart verkrijgen om te zeggen dat we ze lelijk vinden, dus hup mee in de koffer als aandenken van dit kleine wereldwondertje.

Grab ‘m by the pussy

The President http://www.presidenthotelthailand.com/

Een hotel buiten het centrum van Udon Thani. Bij aankomst sta ik buiten nog een sigaretje te roken. Ik hoor een schrapend geluid en zie een personenwagen die de stoeprand waarschijnlijk heeft geraakt. Woman driver, denk ik vanuit mijn seksistische gedachtengang over machines en vrouwen die deze bedienen. Helaas heb ik gelijk. Een telefonerende vrouw stapt uit en de portier van het hotel en ik kijken elkaar aan. En zonder een woord te wisselen weet ik dat we allebei hetzelfde denken. Het is blijkbaar universeel.


Vanuit het hotel komt een Thaise aangelopen. Met hakken, zo hoog dat ze er met een hijskraan op gezet moet zijn. Gekleed in een rood mini jurkje, zo strak en petit, dat ik me afvraag of ze niet per ongeluk een washandje heeft aangetrokken van het hotel. De portier en ik zien haar naar de gereedstaande auto lopen en weer wisselen we een universele blik uit. Ergens in het hotel staat een man onder de douche de Zonde van het Vlees van zich af te spoelen of rookt hij nagenietend een sigaret. Dit terwijl het thuisfront telefonisch wordt verteld dat Udom Thani een saai stadje is.

Noordwaarts

Noordwaarts, Linda

Vandaag staat een fikse reis van 858 km op de agenda. Eerst vijf uur met de bus naar Bangkok, southern busterminal, dan taxi naar Don Muaeng airport en door met Air Asia naar Udon Thani. De reisleidster (moi) heeft dit zorgvuldig uitgestippeld met eventuele vertragingen ingecalculeerd.

De vriendelijke gastvrouw van het Baan Por Pla resort brengt ons om half negen naar de bus. In onze mini koffertjes zit een baal met vers gewassen en gestreken kleding. In de knapzak twee chocoladebroodjes, twee bananen en een grote fles water. Daar moeten we het de komende vijf uur mee doen.

De busreis verloopt zeer voorspoedig, we kijken op Netflix twee afleveringen van Suburra en om 13.45 uur stappen we in Bangkok uit. Na een korte supermarktstop grijpen we een taxi richting het vliegveld. Keurig op tijd voor onze vlucht naar Udon Thani maken we dankbaar gebruik van de faciliteiten op het vliegveld. Gyoza, california maki, bier en goed gezelschap verwent en herstelt de innerlijke behoeften.

Boarden bij Air Asia is militair en daar gaan we. De ondergaande zon kleurt de lucht roze en oranje. Anderhalf uur later landen we op Udon Thani. Een medewerker van The President Hotel staat al op ons te wachten. Een kwartier later zitten we aan een koud biertje in de tuin bij het zwembad.

In het restaurant nemen we plaats om van de gerechten uit Isaan te genieten. Simon en ik kiezen allebei de Thai spicy beef salad, een van onze favorieten. We benadrukken nog even dat mai pet (niet scherp) voor ons voldoet. Wanneer de borden aankomen zie ik de pepers al liggen. Mai pet aan m’n hoela. Oneetbaar voor Siem, ik sla me er krachtig doorheen. Ter compensatie laten we ook een portie friet aanrukken. Dat er slasaus bij zit ipv mayo maakt niet meer uit. We gaan naar bed. Morgen gaat de wekker om 05.15 uur, we hebben een privé chauffeur gehuurd om naar de Red Lotus Lake te gaan. Daarna gelijk door naar de Friendship bridge die het Thaise Nong Khai met Vientiane, Laos verbindt.