Gestrand op Ao Manao
Wing 5, Royal Thai Air Force is een luchtmachtbasis die vrij toegankelijk is voor iedereen van 06:00 tot 18:00. Voorheen was het Wing 51. Het is een opleidingsinstituut voor luchtmachtpiloten. Bij aankomst melden bij de poort waar de MP wacht houdt en waar je je moet inschrijven met aankomst- en vertrektijd Het complex van Wing 5 bestaat uit barakken, bungalows, een runway, een golfbaan, een conferentieoord, een pompstation en Ao Manao.
Om Ao Manao te bereiken steek je de enige start-en landingsbaan halverwege over. Bij een wachtpost staat een bewaker die dit verkeer met slagbomen regelt. In al de jaren dat we hier komen hebben we echter nooit voor gesloten slagbomen gestaan. Er wordt zeer weinig gevlogen. Jaren geleden zag ik een lesvliegtuig opstijgen. Maar dat is het enige vliegverkeer dat ik heb kunnen waarnemen.
Volgens Google betekent Ao Manao citroen vijver maar ik vind Citroen Baai mooier klinken. Het is een rustige baai met een strand van ongeveer 1,5 tot 2 kilometer lang. Op werkdagen nauwelijks bezocht maar op dagen waar de Thai vrij zijn is het gezellig druk. Pick up trucks met hele families, van de allerjongste tot oma van 96 jaar achterin, komen in grote getale op het strand af.
Iedereen gaat onder de bomen in de deckchairs zitten, bestelt ruimschoots eten, whiskey, frisdrank en bier drinkend. Kinderen spelen op het strand, maken plezier in de kalme zee. Zo'n dagje Ao Manao kost ons 700 baht. Daar krijg je dan wel een ruime lunch met garnalen, garnalenkoekjes, som tam (papaya salade) bier, tom kai kung, water, frisdrank, een grote koeler met ijs en een fles Sam Song voor. Omgerekend €18. Niet gek voor een hele dag strand, met dat bedrag red je net een uurtje op het strand van Zandvoort met z'n tweeën.
De Thai op het strand is een andere badgast dan de westerse variant. Ze zoeken de verkoeling van het water op in de schaduw, onder de bomen of onder parasols. Maar niet in de volle zon. Dat is het domein van de westerse badgast. Het heeft twee redenen: één, het is te heet. Twee, een bruingebrand lichaam is een teken dat je in de volle zon moet werken en dat betekent armoede. Daar waar de westerse cosmeticafabrikant zich richt op crèmes met een een tintje bruin is de markt in Zuid-Oost Azië die van een tint lichter. Bovendien zijn de Thai, naar onze maatstaven, behoorlijk preuts. Gooit de westerling alles bloot wat aanvaardbaar is in onze ogen, de Thaise badgast heeft een driekwart broek of korte broek met kort of lang T-shirt aan, ook in het water. Westerse dames die met de Grote Jopen ontbloot en slechts gekleed in reetveter over het strand paraderen worden dan ook uitgelachen door de Thai.
Gelukkig, ook voor de Thai, is dat op de luchtmachtbasis niet toegestaan.
Het is ongeveer half zes in de middag. Zes uur moeten we van de basis zijn. Nadat we vrijwel alles hebben opgemaakt wat we betaald hebben stappen we op onze gehuurde fietsen (€1,25 per dag) en rijden we langs de kustweg naar onze ruime, koele kamer in Prachuap Khiri Khan. Want op reis doe je toch andere dingen dan thuis, daar valt fietsen dus ook onder.
Only mad dogs and Dutch men go out in the blazing sun
Prachuap Khiri Kahn, Linda
Please can you call a tricycle for us? Zweet gutst van mijn voorhoofd. Only mad dogs and Dutch men go out in the blazing sun. Noodgedwongen wij ook. We bewegen ons in flink tempo langs de vijf kilomter lange weg die van het busstation van Prachuap naar het stadje loopt. Vierbaans geweld raast langs ons heen. De stofwolken en uitlaatgassen die daarmee gepaard gaan zijn bijna onmenselijk, net als de hitte. De vriendelijke dame zwaait naar een oude baas op de brommer. Ik kijk Siem aan en gebaar dat dit m niet gaat worden. Twee koffertjes, twee rugzakken, twee mensen en een 125cc brommer met tandloze chauffeur. Kansloos.
Een half uur later zet de oude baas ons af bij Baan Por Pla, ons nieuwe onderkomen. Ik weet niet hoe hij het doet, de koffers tussen de benen voorop, ik in het midden met rugzak links, Siem achterop met rugzak rechts. Ik val al om als ik alleen maar gas geef. Ik stop de baas wat extra’s toe en deze schenkt mij zijn gulle, tandloze lach van oor tot oor.
Voorheen logeerden we vaak in het Hadthong hotel maar dat is inmiddels een beetje vergane glorie. En bovendien zorgt Chinese new year voor de nodige krapte op de hotelkamermarkt. Echter ons nieuwe onderkomen is eigenlijk veel mooier en een flink stuk goedkoper. Er is laundryservice voor 5 baht per stuk dus we gooien de koffers leeg ign een waszak en ik lever deze intens gelukkig bij de gastvrouw af. Als dat geen vakantie is!
De hele boulevard is omgetoverd tot één grote walkingstreet zoals ze dat hier noemen. Eten zoet en hartig, kleding ook vintage, brillen op maat, vissen, eekhoorns echt alles wordt hier te koop aangeboden. Het is gezellig druk en na een rondje en twee nieuwe protectionscreens voor onze iphones strijken we neer bij een van de vele eettentjes. Life is good, zeker in Prachuap.
Chumphon Retro Box
Na 's morgens op Koh Tao twee keer te hebben gedoken blijft er nog tijd over om in de middag over te steken naar het vasteland per snelle catamaran. Deze doet er ongeveer twee uur over om de pier van Chumphon te bereiken. Daar staat een busje klaar om ons naar ons hotel in Chumphon te brengen. Chumphon is een drukke provincieplaats. Het is van belang om iets te vinden waar het comfortabel vertoeven is. Het wordt het Retro Box Hotel gelegen op een centraal punt in de stad niet ver van bus -en treinverbinding.
We blijven maar een nachtje in Chumphon. De volgende dag willen we verder omhoog in Thailand. Hoe, wat en waar is nog nog niet geheel duidelijk. De meningen zijn verdeeld.

Containers, daar is het Retro Box Hotel van gemaakt. Veertig voet containers oftewel trailer formaat, 13,6 mtr lang. Alsof iemand met LEGO-blokjes heeft zitten stapelen. In het midden bevindt zich een klein zwembad. De luxe kamers zijn een halve container, 20 voet lang en hebben een terras ter grootte van een containerdeur diep (plm. 120 cm ) en een breedte van een container (plm. 245 cm) met een trapje direct het zwembad in. Er zijn vier van dit soort kamers rondom het zwembad. Zo'n luxe kamer hebben wij niet. Onze kamer is op de eerste verdieping. Daar zijn de containers opgesplitst in drie kamers. Dertien komma zes meter gedeeld door drie is vier komma drieënvijftig. In die ruimte 4,53 bij 2,40 bevindt zich een groot tweepersoons bed, een koelkastje, airco, tv en badkamer met toilet en warme douche. En dat slechts voor €18,33

Na een zeer verkoelende duik in zwembadje gaan we stadje in. In de lokale Bijenkorf koop ik een mooi lichtblauw getailleerd overhemd met lange mouwen voor 400 baht. Dat is ongeveer dezelfde prijs als een grote fles fles Sang Som.
Die fles Sang Som kopen we bij de Seven Eleven en nemen we mee naar een openlucht restaurant waar een grote uitstalling ligt van verse garnalen, inktvis, schelp- en schaaldieren en vissen. We bestellen een emmer ijsblokjes, een flesje sodawater en schenken ons een glas gevuld met Sang Som, ijs en een heel klein beetje sodawater. Het is acht uur geweest dus we moeten opschieten om de verloren uurtjes borreltijd goed te maken.

Als we een beetje op niveau zijn wordt het tijd om ook nog wat te gaan eten. Lin neemt iets met groente en varkensvlees maar mijn belangstelling gaat uit naar de kapoen, een grote zeebaarsachtige vis. " How do you like? I can make any style" wil de chef weten. Any style is vrijwel altijd zeer pikant. Garlic & pepper deepfried wordt het. Dat is altijd de meest veilige bereidingswijze gebleken om te voorkomen dat je Vlammende Vis krijgt voorgeschoteld.
The cockroach approach
The cockroach approach, Linda
“Loop ik midden in de nacht op het randje boven de bedden van die gasten uit 020, kamer A2 van het Asia divers resort. Ik hang daar wel vaker met m’n matties rond. Word ik gegrepen door een windvlaag van de plafondventilator en ik verlies mijn evenwicht. Wat denk je? Ik buitel van het randje af, kom heel zacht terecht op iets harigs en vervolgens vlieg ik door de lucht om op mijn rug met de pootjes omhoog terecht te komen. Is dat even schrikken!”
Er is iets mis,heel erg mis. Ik droom dit niet. Ik voel toch iets op mijn hoofd vallen. Ik kom met een ruk overeind en veeg hard over mijn haar. In de verte hoor ik het geluid van iets dat op de plavuizen terecht komt. Ik spring uit mijn bed, probeer Simon wakker te maken maar helaas. Wat kan ik doen. Ik sla een paar keer hard op mijn matras en trek het bed onder het randje vandaan. Het hoofdkussen verhuist naar het voeteneinde. Mijn enige vriend is het laken dat ik strak over mij heen trek zodat ik alleen nog door een klein kiertje kan ademen.

Het is een mooie dag, zonnig en vrijwel windstil. De elementen lijken optimaal om te water te gaan. Behoorlijk nerveus maar vastberaden om het nog een keertje te proberen, trek ik mijn duikuitrusting aan. Mijn divemasters Woori en Suzy checken elke handeling. Als het niet snel genoeg gaat nemen zij het gelijk over.
De sprong in het water is altijd het moment waarop ik boven kom en denk: waarom doe ik dit? Dan kijk ik naar beneden en weet ik het weer. Met een engelengeduld daal ik in zo een 15-20 minuten af naar 15 meter. Makkelijk is anders maar dit heeft tijd nodig en dat weet ik maar al te goed. Eenmaal los van de lijn gaat het stukken beter. Mijn ademhaling is rustig en ik voel dat het klaren ook veel beter gaat. Nu krijg ik weer oog voor de onderwaterwereld ipv opletten of alles goed gaat. Ja, ik weet het weer. Het is prachtig bij Chumphon pinnacle. Zo een 20 minuten later gaan we weer omhoog voor de 5 meter/3 minuten stop. Simon bungelt daar ook. Wauw, het blijft een mooie ervaring.
Duik twee gaat stukken beter. Er is veel vis te zien bij White Rock. Enorme groupers die in scholen zwemmen, barracuda’s van een halve meter, parrotfish, triggerfish en noem maar op. De barracuda jaagt op de kleine vis die zich in grote groepen verzamelen om de vijand angst in te boezemen.
Als we terugkomen is er nog tijd voor een snelle hap en dan gaan we direct door met de catamaran naar Chumphon waar we een nachtje blijven om door te reizen naar Prachuap Khiri Khan.
The wetter, the better

Na eerdere minder aangename ervaringen is mijn schatje haar enthousiasme voor de onderwaterwereld verloren. Mijn motto is nog steeds: the wetter, the better. U begrijpt, dit botst. Maar liefde is the art of letting go. Een oud, zeer waarschijnlijk Chinees spreekwoord zegt: liefde is als een vogel in de hand. Als je de hand te ver opent, vliegt de vogel weg. Als de hand te gesloten is dan verstikt de vogel.
Genoeg romantisch geleuter, ik wil duiken en Lin niet. Dat is de boodschap. Bij Asia Divers ontmoet ik Kevin. Mijn bouwjaar plusminus. Ik leg hem de situatie voor en hij stelt voor om Lin met de Zuid-Koreaanse Woorin, grondig nauwkeurige divemaster en zeer goed Engelssprekende dame met billen die walnoten kunnen kraken een opfriscursus in het zwembad te laten doen. Zo kan zij opnieuw vertrouwen op doen en het probleem met het klaren tijdens het afdalen overwinnen.
Maar eerst ga ik met Suzy, ook Zuid-Koreaanse, twee duikjes maken. Het wordt een middagje duiken met een precisie van Daewoo en Samsung. Ik ben de enige duiker van westerse afkomst. De bemanning is Thais, de overige duikers Chinees en Zuid-Koreaans. Gelukkig zit ik niet op een Noord-Koreaanse duikboot. Stel je voor, Donald zou het rode kopje willen indrukken.

Alles is check, check, double check met haar. Als redelijk nonchalante duiker zijnde is dat wel prettig. Zeker op 18 meter. Ik maak twee leuke duiken die dag. Als ik rond vijven weer terug kom, vertel ik Lin over de boot, de kleine hoeveelheid mensen aan boord en de aandacht voor de veiligheid. Als er een duikschool is die haar het zelfvertrouwen kan terug geven dan is het Asia Divers.
Na mijn relaas over mijn ervaringen stapt Lin op Kevin af. "Okay Kevin, let's do it. Tomorrow morning, refresh in the pool. And if this goes well, I will be on the boat tomorrow in the afternoon. Cohones grandes. Spaans voor kloten.
Sanuk
“Eat, eat, very good” lispelt de handlanger van de yellowcar driver vriendelijk naar ons. Een menukaart is er niet, alles kost hetzelfde. Plakkerige tafeltjes met stalen mokken vol ijsblokjes en een plastic kan met (onbetrouwbaar) water. Een setje met verschillende soorten pla naam prik kijkt ons verleidelijk aan. Het wordt de noodlesoep met groente en ei. Wel zo veilig. De soep waarin zes halve eieren dobberen, verdwijnt moeiteloos, ook bij Simon.
Op een van de vorige reizen door Thailand tipte iemand ons over de kuststrook net boven Chumphon. Een onontgonnen stukje Thailand. Als we in Chumphon worden gedropt op het busstation, blijkt tot onze vreugde dat een yellowcar ons direct naar Thungwualaen beach brengt. We hebben een half uur om te eten.
Voor 60 baht worden we na een 30 minuten flink doorrijden afgezet op de hoek van de boulevard. Simon heeft ook al een bord van een duikshop gezien. Tussen de wuivende palmbomen spelen twee Thai en twee gepensioneerde westerlingen gepassioneerd een swingende golden oldie. Drums, gitaar, bas, zang, een paar wapperende sliertjes grijs haar die in betere tijden vast de schedel bedekten. Volgens mij komt het hier wel goed.
Baantalay Thungwualaen Hotel is een nieuw hotel. Ontbijt wordt op het dakterras geserveerd met uitzicht op strand en zee. Na Bang Sak Hut is iets meer luxe noodzaak. En die krijgen we. Dit kustplaatsje viert het weekend samen met veel Thaise families die speciaal naar de kust trekken om sanuk (plezier) te maken. Ze eten, drinken, zwemmen, zingen, maken veel selfies en zijn vooral heel uitbundig. Zo zie je de Thaise bevolking niet vaak.
Onze ontmoeting met Robert uit Colorado, USA brengt ons veel inside information over Thailand. Hij werkt al 14 jaar als projectontwikkelaar in Thailand en kent het volkje redelijk wel. Zwerfhonden en afval zijn de grootste bedreiging voor dit fantastische vakantieland. Een berg afval op Koh Samui van 800x500 m2 en zo’n vijf flatgebouwverdiepingen hoog is een van de voorbeelden die hij geeft. Goed verstopt voor de westerse eco toerist. Na ons de zonvloed.....
Zaterdagavond is karaoketime. Voor ons hotel is het restaurant omgebouwd tot feestgelegenheid. Wij mogen ook aanschuiven, al is het een besloten bedrijfsfeest. We bestellen de spicy stuffed eggs. Oeffff...... wij kunnen ze niet eten maar een oud tekkeltje dat aan onze tafel bedelt heeft er geen enkel probleem mee. De gerookte zalm met chimchurri van wasabi & rode pepers en groene mosselen gegratineerd met kaas van gisteren waren sympatieker voor de smaakpapillen. Morgen vertrekken we richting Ko Tao zodat Simon de onderwaterwereld van Thailand kan verkennen.
Busy bus
We houden het voor gezien in Khao Lak District. De stranden zijn inderdaad van een Bounty eiland gehalte maar duiken, eten en drinken (om maar wat levensbehoeften te noemen) zijn hier dik aan de prijs. Het goedkoopste duiktripje naar het wrak van een vissersboot voor de kust kost al 2800 baht. Ter vergelijking, voor twee duiken bij Koh Tao leg je 1800 baht neer en dan heb je wel koraal en een enorme diversiteit aan vissen.
We staan vroeg op. We gaan de bus aanhouden op de snelweg. Die vertrekt 07:20 uur vanuit Khao Lak om dan zo rond 07:30-07:45 uur bij Hat Bang Sak te arriveren. Er komen meerdere bussen voorbij, ruime moderne dubbeldeks touringcars, maar unfortunately peanutbutter niet de 173 naar Chumphon. Als dan eindelijk onze bus komt springt de conducteur uit de bus. Onze koffertjes gaan in het bagageruim. " You sit up" zegt de jongeman, die met zijn capuchon sweater er uit ziet als een personage uit Star Wars. Hoezo, sit up? Ik zie geen upperdeck.
Als we de bus instappen begrijp ik wat deze Yoda bedoelt met "sit up". Alle zitplaatsen in de bus, op één na zijn al ingenomen. Als heer zijnde gebaar ik naar Lin dat ze daar kan zitten om vervolgens zelf op de grond naast de nooduitgang plaats te nemen. Ik zit daar nog geen minuut als blijkt dat Lin een gereserveerde stoel heeft ingenomen. Gedeelde smart is halve smart als ze naast mij op grond plaats neemt. Reis in Thaise openbaar vervoer bussen nooit in witte kleding.
Hoe meer zielen des te meer vreugd! Onze toch al beperkt lebensraum wordt verder geminimaliseerd als er ook nog drie Thaise dames instappen. Helaas zijn ze geen van allen van het soort ranke vrouwtjes die ik als man graag zie maar wandelde reclame voor Michelin. Ondanks dat de airco draait , het vroeg en nog niet zo heet is begint het aardig benauwd te raken. De conducteur gebaart dat er straks mensen uit gaan zodat we op stoelen kunnen plaatsnemen en wijst ze aan. Maar wanneer dat gaat gebeuren is niet duidelijk. Hij noemt een gehucht langs de snelweg. Maar in dit gedeelte van Thailand worden de plaatsnamen uitsluitend in het Thais aangegeven. Goed blijven opletten dus. De zwangere vrouw naast ons kots nog maar eens keer een plastic zak vol. Het moet natuurlijk wel authentiek blijven, zo'n busreisje.
Bij Takua Pa mogen we er even uit. Even benen strekken, afgifte van lichamelijke vloeistof en inname van nicotine. Deze exercitie duurt een kwartier. We betrekken onze stellingen weer en de bus hobbelt weer verder over de weg die nu vernauwd is tot enkelbaans. Na een dik uur komen de felbegeerde stoelen vrij. Een heer ziet zijn kans schoon en neemt direct plaats maar Lin laat met een mooi geacteerde spijtige blik vol medelijden in de ogen de kaartjes zien met onze stoelnummers. Nice try, try again. Het middenpad begint terwijl de bus zich voortsleept door de heuvels ook aardig vol te raken. Het middenpad is dermate smal dat zitten geen optie is. Mensen staan uren. Bij elk gehucht kijken ze om zich heen in de hoop dat andere passagiers hier uit stappen.
Onderweg moeten we twee keer stoppen bij een roadblock. Iedereen moet de identiteitspapieren laten zien aan de ingestapte militair. Ook wij zitten met onze paspoorten in de hand maar bij onze stoelen aangekomen knikt hij vriendelijk en maakt wegwuivend gebaar. Dat heb je met zo'n vriendelijk en betrouwbaar gezicht.
Ook hier in Thailand pleegt men onderhoud aan infrastructuur. Meerdere malen zien we allerlei diverse grondverzetmachines die baanvakken over enkele kilometers voorzien van gerenoveerd wegdek en toekomstige wegverbreding. Uiteraard is dit een nobel streven maar de aankomsttijd zoals in Khao Lak aangegeven blijkt nog niet aan de wegwerkzaamheden te zijn aangepast zodat we half drie aankomen in Chumphon in plaats van de door ons gewenste één uur.
It’s far away....
Hat Bang Sak, 7 februari, Linda
Its far away........
Have no food, have no drink look look. I can bring you to something cheap. You book? No my wife booked. Ahhhh, me same same, wife is general manager. Well good luck!
En weg rijdt de minivan die ons zojuist van Krabi town naar Khao Lak heeft vervoerd. Eerst een ritje van ongeveer twee uur met de ferry van Koh Lanta naar Krabi. Na een super snelle transfer rijden we met onze zeer grappige chauffeur richting Khao Lak. Drie keer moeten alle koffers er weer uit en de laatste aanvulling bestaat uit twee hardshell koffers formaat sleurhut die gezamenlijk ruimschoots het gewicht van onze chauffeur overtreffen. Hij blijft vriendelijk lachen en we rijden weg.
Iedereen wordt keurig afgezet bij zijn of haar hotel tegen een kleine vergoeding. Als wij uitleggen dat we naar Bang Sak huts willen, krabt de beste vent achter het oor en schudt met zijn hoofd. Never heard of Bang Sak huts..... Vol overtuiging laat ik hem de boekingsgegevens zien en hij roept dat we 400 baht bij moeten betalen want het is aan het einde van het 30 km uitstrekkende strand. No problem.
De dame die ons opvangt spreekt nauwelijks Engels. We zien vooral veel schurftige honden en overal plastic afval. Dat is echt een major problem in Thailand. Aangekomen bij de hutjes bekijken we de boel. Ach, we hebben het erger meegemaakt. Ik zak op het bed neer en na het intense geknars van roestige springveren beland ik hard op de bodem van het bed. Oeps, als mijn schatje dat maar kan handelen. De airco doet het en de koelkast ook. Mijn schatje kijkt niet al te gelukkig. Eerst maar eens op onderzoek uit.
We lopen de weg af. Er is niet veel behalve een kleine minimarkt. Dwars door de resten van de allesverwoestende tsunami uit 2004 komen we op een prachtig en vooral zéér rustig strand. Verderop ontdekken we iets met Hartmann stoelen dus daar wandelen we heen. Het blijkt een picknickplek genaamd Liabbad Seafood te zijn waar veel Thaise geliefden de middag/avond doorbrengen. We bestellen in bijna perfect Thais song kew nam keng & manao & soda & Sang Som Yai. Thaise rum met ijs, limoen en 2 glazen. De bediening vindt het hilarisch dat we Thais spreken. Gelukkig gaat het dan snel beter met het humeur van Simon.
Het eten blijkt ook uitstekend en voldaan waggelen we terug naar Bang Sak hut waar we worden verwelkomd door de roedel schurftige honden. Bye bye manager of de huts. Op ons terrasje worden we overdonderd door oerwoudgeluiden en we zien zelfs vuurvliegjes. Mooie afsluiting van een enerverende dag.